strandverkopers
Ik bevind me op het einde van de Jalan Padma en kijk uit over het strand van Legian. Voor mijn voeten ligt een trapje met drie treden dat naar een smalle strook gras leidt. Daarachter ligt een verbrokkeld afgrondje, waarin tussen wat gruis en losse stenen de geul van een kleine waterloop zichtbaar is. Rechts in het gras ligt een betonnen plaat over een smal gat, waarover een nogal stijl en zanderig paadje te bereiken is dat naar het strand leidt. Ik vermoed dat bij die waterloop ooit ook eens een trap moet hebben gelegen, maar die is dan, waarschijnlijk door erosie als gevolg van heftige regenval, verdwenen. Ik meen ergens gelezen te hebben dat beton van Balinese kwaliteit in het algemeen geen lange houdbaarheid heeft. Ik kijk om me heen of ik niet ergens een trap zie vanwaar het strand gemakkelijker te bereiken is.
Aan m'n rechterhand ligt een kleine parkeerplaats waarop, in de schaduw van een paar boompjes, een aantal lichtblauwe Bluebird taxis en wat motors geparkeerd staan. Sommige van de taxichauffeurs zitten gehurkt in een groepje aan de rand van de parkeerplaats op klantjes te wachten, anderen zitten op de achterklep van hun wagen wat met elkaar te kletsen. Ik wip omhoog op mijn tenen en speur de parkeerplaats af (hetgeen geroep en gezwaai van de taxichauffeurs tot gevolg heeft), maar ik zie er zo snel even geen trap die naar het strand leidt.
Links van me zie ik een tamelijk brede boulevard die met een slagboom is afgesloten, waardoor het gemotoriseerde verkeer, komende van de Jalan Padma, er de toegang wordt ontzegd. Ik zie dat voetgangers deze boulevard overigens wél opkunnen, via een klein draaihekje dat zich rechts van de slagboom aan de strandkant bevindt. De boulevard wordt van het brede strand gescheiden door een smalle strook groen, bestaande uit wat bomen met hier en daar wat gras. Ik besluit om die boulevard maar eens een stukje op te lopen. Via het draaihekje, dat licht piept als ik het met mijn handen ronddraai, stap ik de boulevard op.
Links, aan het begin van de boulevard, ligt het terrein van het Bali Mandira Hotel. Er is daar niet veel bedrijvigheid waarneembaar. Vanuit een onzichtbare bron, die zich ergens achter in de groene tuin moet bevinden, bereiken de zachte, rustgevende tonen van bamboe gamelan muziek mijn oor. Dan zie ik, even verderop tegenover de tuin van het Mandira hotel, een trap die naar het strand leidt.
De betonnen trap, die ongeveer zes treden telt, blijkt gelukkig in goede staat. Hij ziet er nog als nieuw uit. Voordat ik de treden afdaal, kijk ik nog even de boulevard af. In de verte, een paar honderd meter verderop aan het einde van de boulevard, kan ik nog net de Jalan Pantai Legian zien, een drukke strandweg waar het eenrichtingsverkeer, komende van Kuta, zich door een bocht van negentig graden van het strand af over de Jalan Melasti richting het hart van Legian wringt. Die Jalan Melasti, zo weet ik, komt uit op een kruispunt met Jalan Legian, een drukke doorgaande weg die deels (eveneens vanaf Kuta) eenrichtings verkeer is. Het verkeer rijdt er meestal stapvoets en wordt er links en rechts ingehaald (zelfs over de trottoirs) door tientallen, zo niet honderden motors. Die Jalan Legian verbindt Kuta via Legian met Seminyak (waar de weg opeens Jalan Seminyak heet) en loopt vandaar naar Kerobokan.
Vanaf mijn positie kan ik niet zien of de boulevard daar ook met een slagboom afgesloten is (ik vermoed van wel, anders zou ik vast wel verkeer mijn kant op zien rijden), en evenmin kan ik zien of aan die kant ook een draaihekje is dat voetgangers toegang tot de boulevard verleent. Even overweeg ik om dat te gaan controleren, maar ik besluit dat ik daar te lui voor ben.
Ik daal af naar het strand en ga op de onderste trede van de trap zitten om eerst mijn schoenen uit te trekken alvorens ik het strand opstap. De trap bevindt zich op een kale plek waar geen groenbegroeiing is. Even rechts van me, in de schaduw van een boom, zitten een aantal mensen op lage, groene krukjes rond een eski-strandbar flesjes bintang bier en fanta's te drinken. Voor een groepje bomen, links van me, staat een laag uitkijktorentje waar de baywatch van Legian de in de zee badende badgasten in de gaten houdt.
Dan kom ik overeind en stap met mijn schoenen in mijn hand het strand op. Het rulle zand voelt aangenaam warm aan onder mijn blote voeten. Mijn huid wordt gestreeld door een verkoelend briesje dat gestaag vanuit zee het strand opwaait. Terwijl ik op m’n gemakje in de richting van de branding slenter (waarbij mijn hielen telkens wat wegzakken in het zachte zand, en ik bij elke afzet de zandkorrels tussen mijn tenen omhoog voel kruipen), wordt ik benaderd door enige personen die gekleed zijn in lichtblauwe poloshirts met lange mouwen.
“LBH”, lees ik in zwarte hoofdletters welke links op elk shirt staan ingenaaid. 'LBH'?, peins ik, terwijl ik bedenk waar die afkorting voor zou kunnen staan. ‘LB’ zou de afkorting voor ‘Legian Beach’ kunnen zijn, maar waar die ‘H’ voor staat is me nog even een raadsel. ‘Hotel’, misschien? Zouden het soms werknemers van het Legian Beach Hotel zijn, die tijdens hun lunchpauze even komen uitwaaien op het strand? Het valt me op dat hun shirts allemaal stuk voor stuk netjes met twee lichtblauwe knoopjes, onder een keurig zwart kraagje, zijn dichtgeknoopt. Sommige van hen dragen een typisch, puntig strooien hoofddeksel op hun hoofd, en anderen weer een baseballpetje (waarschijnlijk om de hitte van de zon enigszins te weren). Enkele van hen dragen daaronder nog eens een om het hoofd gewikkelde lap (waarvan de uiteinden als een sjaal in de kraag van hun shirt zijn weggestopt) waardoor slechts een overschaduwd gezicht te zien is - wat hen een nomaden-achtig uiterlijk geeft.
“Hello, plaid your hair?”, “Manicure?”, “You want massage?”, zo wordt ik door hen begroet. Mhhh, duidelijk geen werknemers van het Legian Beach Hotel dus, concludeer ik na deze begroeting. Strandverkopers! Zou die ‘H’ dan soms voor ‘Hawker’ staan?
“Massage? Waarom ook niet”, reageer ik. “Maar vlechtjes in m’n haar of gemanicuurde en gelakte nagels kunnen jullie wel vergeten”, voeg ik er op besliste toon aan toe. “Wat kost dat eigenlijk, massage, en hoe lang duurt dat? En waar?”, vraag ik aan de lichtblauwe dame met de rode NYC baseballpet en de eens witte doek om haar hoofd, die de massage aanbood.
“Eightytousan', tachtigduizend rupiah”, antwoordt ze met een glimlach, “take one hour, there”, voegt ze eraan toe terwijl ze met haar rechterhand naar een versleten houten ligstoel wijst, die op een schaduwrijk plekje onder het groepje bomen links van me staat opgesteld. Na wat heen en weer onderhandelen weet ik de prijs nog te verlagen tot vijfendertigduizend rupiah en dan lopen we naar de massageplek toe.
“You take off your clothes yes”, zegt de dame zodra we bij de ligstoel (die voorzien blijkt van een dun matrasje) zijn gearriveerd, terwijl ze naar m’n kleren wijst.
“Wat, alles?!”, roep ik verschrikt uit, “moet ik alles uittrekken?”
“Je zwembroek mag je aanhouden hoor”, giechelt de dame. De andere strandverkopers, die met ons zijn meegelopen, grinninken eveneens terwijl ze in onverstaanbaar Balinees wat met elkaar smoezen. Dan bedenk ik me opeens dat ik helemaal geen zwembroek draag, maar gewoon een onderbroekje! Met een enigszins rood hoofd beken ik dat ik onder m’n kleren geen zwembroek maar een onderbroekje draag, en of dat geen probleem is. Uiteraard brengt deze opmerking weer een nieuwe uitbarsting van hilariteit teweeg. Tenslotte trek ik m’n kleren uit en stop deze netjes opgevouwen in m’n tas. Nadat de masseuse een schoon uitziende handoek over het matrasje heeft gespreid, gebaart ze dat ik daarop moet plaatsnemen.
Terwijl ik met gesloten ogen op m’n buik lig te genieten van de massage, met m’n hoofd rustend op m’n linkeroor, voel ik opeens hoe m’n linkerhand wordt gepakt en hoe daarop een van m’n nagels met een vijltje wordt bewerkt. De dame van de manicure neemt overduidelijk geen genoegen met mijn ‘nee’ en probeert dus zo, op een slinkse manier, om me toch van haar diensten gebruik te laten maken. Als ik m’n hoofd optil om er wat van te zeggen, kijk ik haar recht in haar vriendelijk glimlachende ogen, en kan ik eigenlijk al geen ‘nee’ meer zeggen. “Maar geen nagellak hoor, versta je?”, glimlach ik tenslotte maar terug als een boer die kiespijn heeft.
De mevrouw die gespecialiseerd is in gestrengelde haarstaartjes is blijkbaar door mijn overstag gaan aangemoedigd, want ze neemt nu een van mijn lokken in haar handen. “Oh nee”, kom ik overeind, “in geen geval wil ik rondlopen met staartjes in mijn haar hoor”. Met een sip kijkend gezicht laat de mevrouw m’n haar weer los en zegt dan, op een klagende toon die op m’n gevoel werkt, dat al haar collega’s nu wat geld aan me verdienen behalve zij; dat ze twee kleine kindjes thuis heeft, en dat ze vandaag nog helemaal niets verdiend heeft. De combinatie van haar gezichtsuitdrukking en haar verhaal mist z'n uitwerking niet, en ik verzin wat ik eraan kan doen. Ha, ik weet al wat! Ik vraag haar of ze misschien niet aan wat fruit voor me kan komen. Een kokosnoot en een ananas bijvoorbeeld (zoiets geeft wat extra cachet aan een massage en manicure behandeling onder wat palmboompjes op een strand van Bali). De mevrouw knikt verheugd, geen enkel probleem, en gaat dan op pad om het gevraagde fruit voor me te halen. Iedereen weer tevreden, gelukkig.
Niet veel later keert ze terug met het gevraagde fruit. De ananas wordt hapklaar voor me geschild, en in de kokosnoot wordt met een aantal slagen van een klein sikkelvormig kapmes (dat in het Balinees 'arit' wordt genoemd) een schuine inkeping geslagen, waarin vervolgens met een dun maar stevig sprietje hout een kleine opening wordt geprikt. Rietje erin, en klaar is kees.
Ik voel me als in het paradijs zoals ik hier nu lig, op een tropisch strand in de schaduw van wat palmbomen, genietend van vier handen die mijn lichaam verwennen, beurtelings een hapje ananas en een slokje verse klappermelk nemend, dromerig luisterend naar de zachte klanken van bamboe gamelan dat in een langzaam ritme vanaf de andere kant van de boulevard het strand opzweeft..... wat kun je je nog meer wensen?
strandwandeling
Als na een uur de behandeling voorbij is, neem ik eerst uitgebreid afscheid van de strandverkopers. Daarna slenter ik, nog nagenietend van de massage, op m'n gemakje over het zand naar de op het strand rollende branding toe. Daar waar de golven van de Indische Oceaan op en van het strand rollen, is het zand vlakker en donkerder van kleur, en voelt het vast en hard aan onder mijn voeten (wat een stuk prettiger loopt).
Op sommige plekken heeft de terugtrekkende zee een dun filmpje water op het vlakke donkere zand achtergelaten, wat de blauwe lucht en enkele rafelig gerande witte wolken op een subtiele manier weerspiegelt. Het laagje water op dat donkere zand is zo dun, dat het net lijkt of het zand zelf de lucht weerspiegelt. Ik bedenk hoe wonderlijk dat eigenlijk is. Je loopt langs de branding over het strand, genietend van een lauw briesje dat je huid streelt. Dan kijk je naar het vochtige zand en ziet, onder een lichtbaan die door de zon word geprojecteerd, de weerspiegeling van de blauwe lucht en de witte wolken. Alle elementen ineen, gevat in een blik op het zand. Een tijdloos moment van gelukzalig gevoel dat wat mij betreft wel eeuwig mag blijven duren. Terwijl ik dit zo overpijns, voel ik hoe klein en nietig ik eigenlijk ben, en tegelijkertijd krijg ik kippevel op mijn armen en benen. Ik voel me heerlijk. Ik zucht even diep en besluit dan om, genietend van de elementen, lekker een uurtje langs de branding over het strand te gaan lopen.
Het strand is breed en langgerekt. Tot zover het oog reikt strekt het strand zich voor me uit, in contouren die dichtbij scherp zijn maar die door toedoen van de hitte van de zon op het zand en de door de wind gedragen nevel van de wit bruisende branding steeds vager en diffuser worden naarmate ze verder van me verwijderd zijn. In de verte zie ik de vage, trillende omtrekken van een hoge uitkijktoren, en daarachter een stilstaande, langzaam verwaaiende witte rookkolom waar op het strand waarschijnlijk een vreugdevuur is gemaakt.
Het is niet druk op het strand. Over het natte zand langs de uitlopers van de branding rent een enkele jogger. Zo nu en dan kom ik andere wandelaars tegen die (alleen of met z'n tweeen) net als ik van een zeldzame eenzaamheid aan het genieten zijn, lopend in het zonnetje, met het natte zand onder de voeten en slechts omringd door het geluid van de wind en het machtige geruis van de branding. Een enkele hond rent uitgelaten van en naar de op het strand rollende golven, zo nu en dan even snuffelend halt houdend om een onduidelijk voorwerp dat op het strand ligt te inspecteren. In de verte nadert een ruiter die haar paard in lichte galop door de uitlopers van de branding stuurt, waardoor het onder de hoeven opspattende zeewater schittert en fonkelt in het zonlicht.
Tegenover de branding, aan de andere kant van het strand (langs en onder wat repen groen van groepjes bomen die wat schaduw verstrooien), zie ik hier en daar wat badgasten die alleen of in kleine groepjes van de zon genieten, liggend op strandstoelen (als dan niet onder parasols), op slechts een handoek, of gewoon, zittend met opgetrokken knieeen in het zand.
Ik sta even stil aan de rand van de zee, op een plek waar de uitrollende branding mijn voeten telkens net even omspoelt, en kijk naar de langgerekte, in wit schuim brekende hoge golven die met donderend geweld mijn richting op rollen. Ik zie telkens drie of vier van die langgerekte, in wit schuim omkrullende golven op me afkomen, ineenstortend met een oorverdovend gebulder dat langzaam afneemt tot een schuimend en borrelend gesis waar de vloeiende en glooiende lijnen van het bijna uitgerolde zeewater mijn voeten koel omspoelt.
Een enkele surfer peddelt op z'n buik op een surfplank verder de zee in, op zoek naar de juiste surf. Ik zie hoe een hoge golf zich aan het ontwikkelen is, en juist voordat de golf begint om te krullen, komt de surfer overeind en klimt op z'n surfplank. Gebukt staande op z'n half uit de golf stekende plank en met gespreide armen z'n balans bewarend, snelt hij in extase vooruit, het witte schuim van de omkrullende hoge golf net voorblijvend.
Ik maak m’n blik van de surfer los en loop weer verder. Het natte zand vertoont nu ribbelige patronen. Ik zie hoe voor m'n voeten tientallen kleine krabachtige beestjes snel over dat ribbelige zandpatroon wegvluchten. Hier en daar tref ik symmetrisch gebogen geperforeerde lijnen aan in het vochtige zand, bestaande uit minuscule gaatjes. Ik vraag me af welk diertje zulke lijnpatronen veroorzaakt, maar hoe ik ook kijk en zoek, ik zie niets wat die vraag voor me kan beantwoorden..
Een enkele keer wordt het strand doorsneden door de delta-achtige uitmonding van een riviertje of andere waterloop. In waaiervormig vertakte smalle en bredere geulen die zich in het natte zand hebben ingesleten, stroomt op het oog helder water (dat zelden meer dan enkeldiep is) in de richting van de zee. Ik probeer mijn voeten zo min mogelijk met dat water in contact te laten komen omdat ik de kwaliteit ervan niet vertrouw. Er wordt namelijk, helaas, van alles in de riviertjes gedumpt, en wie weet zijn sommige van die geulen wel het resultaat van de afwatering van een rioleringssysteem (je weet maar nooit, en een onverwachte infectie is wel het laatste waar ik op zit te wachteni).
Zo nu en dan loopt een enkele strandventer me met z’n koopwaar (baseballpetjes, zonnebrillen of vliegers) tegemoet, van richting veranderend zodat onze banen elkaar op een gegeven moment zullen kruisen, “Hello boss, you buy prom me, perry cheap”. Ik koop een oranje baseballpetje (past uitstekend bij m’n strandbroek) en zet het achterstevoren op m’n hoofd, zodat de klep de zonnebrand in m’n nek enigszins tegengaat.
Als ik na een goed uur genieten op het strand weer ben teruggekeerd bij de trap die naar de afgesloten boulevard leidt, zie ik dat mijn huid gedurende dat uur ongemerkt een rode tint heeft gekregen. Terwijl ik naar de Jalan Padma terugloop, voel ik hoe vermoeid m'n benen en voeten zijn. Eenmaal op de Jalan Padma is het zeebriesje geheel verdwenen. Uit het plaveisel stijgt een benauwde warmte op en ik verlang nu sterk naar een frisse douche, en een paar uurtjes rust op bed in mijn koele hotelkamer.