Ook is het merkwaardig te noemen dat een aap een reis over een afstand van 75 km onderneemt naar een door een priester voorspelde eindbestemming, daarbij van tempel naar tempel trekt, en tijdens die reis ook nog eens tientallen Hindu priesters bezoekt. Het lijkt er daarom sterk op dat die reis een Hindu- religieuze betekenis met een spiritueel getinte achtergrond moet hebben.
Zowel het startpunt als het einddoel van de reis, Pura Pulaki en Pura Ponjok Batu, blijken gerelateerd te zijn aan de Javaanse Hindu priester Nirartha. Dit kan een aanwijzing zijn dat Nirartha mogelijk met deze geschiedenis verbonden is.
Nadat Nirartha tegen het einde van de 16e eeuw met zijn familie en gevolg vanuit Java op het strand van Purancak in Jembrana op Bali arriveerde, trok hij in oostelijke richting langs de kust, op weg naar de op de hellingen van de heilige berg Gunung Agung gelegen Besakih tempel. Net zoals Nirartha trok de aap ook van west naar oost langs de kust, een tweede aanwijzing die duidt op een mogelijke verband met Nirartha.
Het verhaal gaat dat het gezelschap tijdens die tocht werd geconfronteerd met een reusachtige naga (een mythologische slang). De overlevering vertelt dat Nirartha als een Indonesische versie van Jonas in de walvis zonder enige vrees in de muil van de naga stapte en in diens binnenste een schitterende padma (lotusbloem) vond. (Opm. de lotus is het symbool van Shiva, de belangrijkste god van het Balinese Hinduisme).
Toen hij even later als een psychedelische vlammenmassa weer uit de muil van de naga tevoorschijn kwam, vluchtte zijn familie en gevolg in paniek diep een nabijgelegen woud in. Nadat Nirartha weer tot zichzelf was gekomen, ging hij naar hen op zoek. Hij slaagde erin allen terug te vinden, met uitzondering van zijn beeldschone dochter, Dewi Swabawa. Deze bleek te zijn ontvoerd en verleid door een man uit het dorpje Pegamatan. Toen hij erachter kwam dat zijn dochter ten prooi was gevallen aan de attenties van een man (in het Indonesisch werd dit empu laki genoemd; Pulaki is van deze term afgeleid), raakte Nirartha buiten zinnen van woede. Hij vervloekte daarop het dorp en het verdween geheel van de aardbodem; de bewoners waren gedoemd om voor altijd als verloren zielen onzichtbaar op aarde rond te dolen. Zo nu en dan worden ze echter zichtbaar en ze worden dan waargenomen als 'wong samar, vreemde apen of tijgers met menselijke trekken.
Zowel Pura Pulaki als de Pasar Agung Melanting tempel zijn opgedragen aan Nirartha's dochter, Dewi Swabawa. Nadat hij haar uit de handen van de man uit Pegamatan had gered, bevrijdde Nirartha haar van haar menselijke vorm en werd zij Dalem Melanting. Hij stichtte de Melanting tempel waar de bevolking diende te bidden en mediteren op het bereiken van zakelijk (werelds) succes. De Melanting tempel wordt daarom ook nu nog steeds gezien als de tempel der handelaren. Naast die Pasar Agung Melanting zijn er nog andere vormen van Melanting tempels, zoals de kleine muurtempeltjes die je overal in winkels, restaurants, markten, enz. aantreft. De Pura Pasar Agung Melanting geldt als de hoofdtempel en wordt gezien als het symbool van de economie van Bali.
Was de aap van Pulaki een wong samar? Geldt het gedrag van de man uit Pegametan (geen respect voor z'n medemens, sexuele drijfveren) als symbool voor het gedrag van de mens die nu op Bali (en ook elders op de wereld) leeft? Heeft Dewa Patih Agung daarom gezegd dat de mens niet 'zoals de apen' mocht zijn, omdat anders wellicht gedoemd zijn om (later) voor eeuwig als verloren zielen rond te dolen? - dit naar aanleiding van zijn opmerking, "zolang dit niet gebeurt, zal Bali (lees: de mensheid) niet veilig zijn". Op de spirituele betekenis van deze symboliek wordt later nog dieper ingegaan.
Nirartha geldt als de 'vader' der Brahmaanse priester kaste. Het was namelijk Nirartha die het Balinese Hinduisme vormde zoals we dat nu ook nog kennen. Hij leerde de priesters, en daarmee ook de bevolking, de (spiritueel) juiste manier van leven, bidden en mediteren.
Afgaande op de verklaringen van Dewa Patih Agung lijkt het er sterk op dat het spirituele onderricht van Nirartha een centrale rol speelt in de geschiedenis van de aap. Het feit dat de aap tijdens zijn reis tientallen Hindu priesters bezocht, kan er wat dat betreft op duiden dat de Hindu priesters van vandaag de dag in onvoldoende mate hun verantwoordelijke taak die leer uit te dragen, vervullen.
Wie Bali goed kent, zal zeker beamen dat de Hindu's van Bali op religieus gebied een zeer devoot volk zijn; de vele ceremonies worden altijd zeer trouw bijgewoond en onder leiding van de priesters op de juiste manier uitgevoerd. Maar waar het hier echter om gaat, is niet het strikt uitvoeren van die ceremonies, maar juist begrip van de spirituele principes die aan ceremonies ten grondslag liggen. Dat begrip is in de meeste gevallen totaal afwezig, of op z'n best wordt er in onvoldoende mate en slechts selectief notie van genomen. Afwezigheid van spirituele begrip is een van de voornaamste oorzaken van een egocentrische kijk op het leven, waarbij onvoldoende respect voor anderen en de omgeving als belangrijkste symptomen gelden.
Het dient te worden opgemerkt dat er een hemelsbreed verschil ligt tussen religieuze devotie en spirituele devotie. Religie is per definitie een groepsgebeuren, spiritualiteit daarentegen is een puur individuele zaak.
Binnen een religie wordt de gelovige door anderen geleid en men heeft met door anderen opgelegde verplichtingen en verboden te maken. God is een gepersonificeerd en vaak dreigend begrip dat zich buiten (dus los van) de gelovige bevindt. Binnen religies is de gelovige in het algemeen passief, dat wil zeggen dat hij de verantwoording voor zijn omstandigheden en geluk meestal buiten zichzelf, bij de goden, zijn vergoddelijkte voorouders, en bij zijn medemens legt.
Binnen spiritualiteit worden God en leiding juist in zichzelf gevonden, doordat men in meer of mindere mate begrip heeft van de eigen essentie en de juiste vormen van gebed en meditatie hanteert. Verplichtingen en verboden komen daardoor als vanzelf van binnenuit en zijn een natuurlijke, duidelijke zaak. De spirituele gelovige legt de verantwoording voor de omstandigheden van zijn persoonlijke leven en geluk niet bij anderen maar bij zichzelf.
De spiritueel hoog begaafde Nirartha was door zijn grote innerlijke kracht (het gevolg van een staat van persoonlijk bewustzijn die slechts bereikt kan worden door op een juiste manier te leven, bidden en mediteren) in staat om zowel zijn persoonlijke veiligheid te garanderen alsmede allerlei ziektes onder de bevolking te genezen. Ook wist Nirartha, via het collectief bewustzijn, Bali te behoeden voor allerlei rampen en andere ongelukken doordat er in zijn tijd op Bali massaal gebeden, gemediteerd en geleefd werd, op de manier zoals door hem onderwezen.
Het Balinese Hinduisme is een godsdienst die zeer rijk is aan spirituele symboliek. Het gelooft in slechts Een God, een God die zich gefragmenteerd heeft in een reeks 'mindere goden'. Elk van die mindere goden vertegenwoordigt daarbij een symbolisch aspect van die Ene God. Het gelooft in een microkosmos en een macrokosmos, waarbij de microkosmos de mens als individu vertegenwoordigt en de macrokosmos diens omgeving. Het gelooft dat die microkosmos en macrokosmos onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat God overal en altijd in beide aanwezig is. En het gelooft in een reincarnerende ziel en in karma. Wat betekent dit alles in spiritueel opzicht?
Spiritualiteit baseert zich op het feit dat de 'werkelijkheid' multi-dimensioneel is, wat in het Hinduisme tot uitdrukking wordt gebracht door onder andere die vele manifestaties van de Ene God.
Ook baseert spiritualiteit zich op het (inmiddels bewezen) feit dat alles in oervorm uit electromagnetisch geladen bewustzijn (een vorm van energie) bestaat, zowel materieële als immaterieële zaken. Materie is wat dat betreft een van de vele manifestatievormen van die bewuste energie. Daarnaast baseert spiritualiteit zich op het feit dat juist door die electro-magnetische energie alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is - wat in het Balinese Hindusime wordt gesymboliseerd door de interconnectie tussen microkosmos en de macrokosmos.
Doordat alles via electromagnetisch bewustzijn met elkaar verbonden is, wordt alles dan ook door elkaar beinvloedt en vinden er continue reacties plaats. Dat geldt niet alleen voor ons persoonlijk bewustzijn in een-op-een relaties met anderen en onze omgeving, maar ook voor het collectief bewustzijn, namelijk via de effecten van de opvattingen, akties en reakties van een specifieke groep individuen (zoals een volk, een religieuze groepering, een politieke partij, supporters van een voetbalclub, enz.).
In het kader van de geschiedenis van de aap zijn hierbij in de eerste plaats het persoonlijke bewustzijn van het Balinese individu en het collectieve bewustzijn van de Balinese Hindu's als een groep van belang. Dit dient vervolgens weer als voorbeeld voor het persoonlijk bewustzijn van elke mens, waar ook ter wereld en tot welke groepering men zich ook rekent, en het collectieve bewustzijn van het menselijk ras.
Het Balinees Hinduisme predikt onder andere het belang van 'pikiran suci, hati murni', verheven gedachten en gevoelens oftewel creatieve verbeeldingskracht met positief denken en controle van negatieve emoties. Het wijst daarbij onder andere op het gevaar van de zogenaamde 'sad ripu', de 'zes vijanden' van de mens: jaloezie, boosheid, haat en wraak, luiheid, gulzigheid en egoisme - alle vormen van negatieve emotionele reakties op persoonlijke ervaringen die zich kenmerken door lage electromagnetische vibraties van energie.
Omdat alle gedachten en gevoelens van de mens altijd ergens op gericht zijn, is de mens dan ook door die electromagnetische eigenschappen ten alle tijden onlosmakelijk met het onderwerp van zijn gedachten en gevoelens verbonden. Positieve bindingen leveren daarbij wetmatig altijd positieve resulaten op en negatieve bindingen zorgen uiteindelijk altijd voor negatieve resultaten. Binnen het Balinese Hinduisme uit zich dit met het concept van karma(-phala) - men oogst wat men zaait.
Een mens die zichzelf en zijn omgeving (de medemens en de natuur) respecteert en de aard van zijn wezen en zijn werkelijkheid (het onderling verbonden zijn door bewuste energie) beseft en onderkent, zal regelmatig tijd en aandacht zal besteden aan de essentie van zijn 'zijn', door middel van vormen van gebed, meditatie en een juiste manier van leven. Daardoor gaat zijn uit electromagnetische energie bestaande essentie automatisch met een hogere frequentie vibreren, en als gevolg daarvan bereikt hij een hogere staat van bewustzijn.
De essentie van de mens die een egocentrische levenswijze volgt, die zichzelf en zijn omgeving niet respecteert, zal als gevolg van die levenshouding dan ook met een lage electro-magnetische frequentie blijven vibreren.
Die electromagnetische energievibraties creëeren de omstandig-heden en faciliteiten van de persoonlijke werkelijkheid van een individu en dat zijn de meetbare effecten van elke consequente vorm van denken over het (eigen) leven. Positief geaarde mensen hebben in dit opzicht hun leven onder controle en hebben in het algemeen weinig te klagen. Ze zijn zich er meer of minder van bewust dat ze zelf de omstandigheden van hun leven kunnen bepalen. Negatief geaarde mensen daarentegen hebben hun leven minder onder controle, zullen meer klagen, en voelen zich in het algemeen slachtoffer van hun omstandigheden.
Spiritualiteit baseert zich verder op het feit dat alles een 'levenscyclus' heeft, of dat nu een eendagsvlieg, de mens, een zakelijke onderneming, of een gedachte is. Zo'n levenscyclus bestaat altijd uit eenzelfde aantal elkaar opvolgende fases, die elk gekenmerkt worden door een specifieke vorm (kwaliteit) van energie, hetgeen zich onder andere uit in bepaalde neigingen, impulsen, verleidingen, verlangens, enz. die in zo'n periode optreden. Elke levenscyclus is daarbij gebaseerd op octaven, reeksen van telkens acht fases waarbij de achtste fase zowel de afsluiting van de vorige als het begin van een nieuwe octaaf is.
In het Balinese Hinduisme worden de fases van die octaven der levenscycli gesymboliseerd door de Dewa Nawa Sanga, de goden van de acht windrichtingen. Elk van die goden (fases) is verbonden met een bepaalde vibratiefrequentie van energie, wat zich altijd uit in een bepaalde toon en een bepaalde kleur. (Energie manifesteert zich altijd in de vorm van geluid en gekleurd licht). Die kleuren zijn conform de kleuropbouw van de regenboog, en de tonen met die van een der octaven van de toonladder (C,D,E,F,G,A,B,C - do,re,mi,fa,sol,la,si,do).
Deze levenscycli worden in lontar Bhuanakosa als volgt beschreven: "De fysieke wereld is niet 'echt', ze is slechts een illusie. Ze is ontstaan door toedoen van Shiva in zijn hoedanigheid als Brahma, ze ontwikkelt zich door toedoen van Shiva in zijn hoedanigheid als Vishnu, en ze zal weer oplossen (terugkeren naar de bron waaruit ze is ontstaan) door toedoen van Shiva in zijn hoedanigheid als Iswara".
In het licht van die levenscycli moge de symboliek van de Dewa Nawa sanga, en die van de Tri Murti, de drie belangrijkste goden binnen het Balinese Hinduisme, Brahma-Shiva de schepper, Vishnu-Shiva de verzorger, en Iswara-Shiva de vernietiger, duidelijk zijn.
Het besef (kennis, wetenschap) dat elke manifestatie van bewuste energie een levenscyclus heeft, en de kosmische wetmatigheden die hieraan ten grondslag liggen, worden in het Balinese Hinduisme gesymboliseerd door de godin der 'wetenschap', Saraswati.
De collectieve, fysieke werkelijkheid van de mens en zijn omgeving (het totale universum) is derhalve ook aan een levenscyclus onderhevig. Het geval wil dat we ons in de laatste fase van de huidige levenscyclus van onze collectieve fysieke werkelijkheid bevinden. We bevinden ons dus in een overgangsfase en, of we het daar nu mee eens zijn of niet, of we dat nu willen of niet, we betreden onherroepelijk de eerste fase van een nieuwe levenscyclus die zich, net zoals het volgende octaaf van de toonladder, kenmerkt door een algemeen hogere vibratie van energie.
Per saldo houdt dit in dat alles met een hogere frequentie begint te vibreren en daarmee een hogere staat van bewustzijn zal bereiken (een proces dat overigens halverwege de jaren '80 van de vorige eeuw reeds een aanvang heeft genomen). Wat de individuele mens betreft, met zijn gave van redeneren en vrije wil, zal het met een hogere frequentie gaan vibreren van zijn persoonlijke energie essentie niet automatisch gebeuren. Zoals eerder al opgemerkt, dat noodzakelijke, hogere vibratie-niveau (hogere staat van bewustzijn) kan de mens, als individu, alleen bereiken door op een juiste manier in het fysieke leven te staan, waarbij hij zich bewust is van zijn essentie, die essentie onderkent, en daar navenant naar handelt tijdens zijn leven.
Egoisme, zelfverrijking ten koste van anderen en de natuur, het bewust zonder respect behandelen van anderen en de omgeving, enz., staan daar haaks op en als gevolg verhindert dat het bereiken van die hogere energievibratie (hogere staat van bewustzijn) die nodig is om in het nieuwe tijdperk, dat reeds aan het aanbreken is, te 'overleven'.
Je zou kunnen stellen dat zij die vast blijven houden aan een egocentrische levenswijze er impliciet voor kiezen om straks 'onzichtbaar' te zijn en als 'verloren zielen' voor eeuwig rond te dolen in een fysieke wereld waar 'het licht is uitgegaan'. De bewezen wetmatigheid van de kosmische energetische cycli is namelijk onherroepelijk. Zolang men niet overstag gaat, is men dus 'niet veilig', zoals Dewa Patih Agung in zijn verklaring stelde.
In het begin van deze eeuw werd de Pasar Agung Melanting tempel tot twee keer toe verwoest; in 2000 door een brand en in 2002 als gevolg van heftige regenval en overstromingen. De tempel werd dus door zowel vuur als water verwoest, elementen die respectievelijk aan Brahma en Vishu zijn gerelateerd. Symbolisch gezien kan gesteld worden dat zowel Brahma als Vishnu, twee van de drie belangrijkste goden binnen het Balinese Hinduisme, het symbool van Bali's economie een keer hebben verwoest. Een symbolische gebeurtenis die passend sluit op de spirituele boodschap die geuit wordt door de reis van de aap van Pulaki.
Alhoewel de spirituele boodschap nu wellicht duidelijk moge zijn, zal het voor velen de vraag zijn hoe dat nieuwe tijdperk, die nieuwe levenscyclus, er dan voor de mens uit zal zien.
In essentie bestaat de mens slechts uit bewuste energie en hij is dus niets anders als een bewustzijnsvorm. In de levenscyclus die nu bijna achter ons ligt, incarneerde die bewustzijnsvorm in drie-dimensionale vorm om de positieve en negatieve effecten van de fysieke manifestatie van zijn energie te ervaren. Zoals het er naar uit ziet, zal dat reincarnatie proces in drie-dimensionale vorm gaan eindigen om plaats te maken voor een ongelimiteerd bestaan in multi-dimensionale vorm. Alle negatieve vormen van bewustzijn, bewustzijnsvormen die zich kenmerken door lage energie-vibraties, zullen zich in de hogere energie vibraties van die nieuwe, multi-dimensionale levenscyclus niet meer kunnen manifesteren. Voor positieve vormen van bewustzijn worden de mogelijkheden om zich te uiten oneindig veel groter en het creeeren van eigen werkelijkheden wordt een stuk makkelijker dan dat in de derde dimensie, waarin we nu nog leven, het geval was. De beperkingen van tijd en afstand, typische kenmerken van de drie-dimensionele werkelijkheid, zijn afwezig in de multi-dimensionele werkelijkheid - net zoals dat altijd in onze fantasieen en dromen (die multi-dimensioneel zijn) het geval is geweest, waarbij heden, verleden en toekomst door elkaar lopen en afstanden in een flits kunnen worden overbrugd.
© 2003, Nescio.