BALI REISVERHALEN
Traditioneel Bali
Bali Reisverhalen
Wonderful Bali
Bali Photo Gallery
Wonderful Bali Home
About Wonderful Bali
Wonderful Bali Picture Albums
Wonderful Bali Pictures
logo picture Wonderful Bali - Barong and Rangda
Wonderful Bali Maps
Wonderful Bali Specials
Wonderful Bali Links
Contact Wonderful Bali

ga naar de verhalen index
 
 

DE AAP VAN PULAKI


voorwoord

De navolgende geschiedenis, die zich tussen mei en september 2003 in Noord Bali afspeelde, is in verschillende opzichten hoogst merkwaardig te noemen. De buitengewone feiten die hierbij werden geconstateerd, wijzen volgens Nescio op een belangrijke spirituele boodschap aan de mensheid. Deze boodschap wordt in het nawoord van dit verhaal uiteengezet met een samenvatting van de conclusies die volgden uit zijn onderzoek. Leest u mee en trek uw eigen conclusies.

vreemde geruchten over een bijzondere aap

Het is kwart over twee in de middag van zondag 15 juni 2003. Met een claxonstoot rijdt mijn vriend Ketut 'Bluey' Ariana op zijn motorfiets het erf van mijn huis in Kalibukbuk op en parkeert deze vervolgens onder het speciaal daarvoor bestemde afdakje in de tuin. Dan loopt hij het terras op en gaat aan de tafel zitten die tegen een muur tussen de twee slaapkamers staat opgesteld.

"Koffie?", vraag ik. Ketut knikt. Ik loop naar de keuken om er twee glazen heerlijk geurende Munduk koffie in te schenken en haal tevens een schotel met zoete versnaperingen uit de koelkast. Even later zitten we nippend aan onze koffie de laatste nieuwtjes uit te wisselen.

"Heb je het al gehoord, van die aap?", vraagt Ketut.

"Welke aap", reageer ik met opgetrokken wenkbrauwen, "wat is er gebeurd dan?"

Ketut begint omstandig uit te leggen dat er in Lovina een bijzondere aap is gesignaleerd. Volgens zeggen zou die aap meer dan een maand geleden zijn kolonie bij de Pulaki tempel aan de noordwest kust van Bali, 50 km ten westen van Lovina, hebben verlaten om helemaal in zijn eentje op pad te gaan, trekkend van zeetempel naar zeetempel in oostelijke richting. De aap zou op z'n tocht priesters bezoeken en telkens de nacht in een tempel doorbrengen. En hij zou slechts voedsel eten dat hem met een 'canang sari' offertje wordt aangeboden. Nadat de aap de Labuan Aji tempel van het dorp Temukus had bezocht, kreeg een van de priesters van die tempel in een droom een visioen waaruit bleek dat de aap op weg was naar de Ponjok Batu tempel van Pacung, een zeetempel die gelegen is aan de noordoost kust van Bali, op zo'n 75 km afstand van de Pulaki tempel.

"Merkwaardige geschiedenis", reageer ik als Ketut is uitverteld. "Normaalgesproken verlaten apen hun kolonie nooit, weet ik. Des te vreemder dan ook dat deze het wel deed... en dan ook nog eens priesters bezoekend, lopend van tempel naar tempel over een afstand van 50 km.... Heb je die aap ook zelf gezien?"

"Nee, maar ik ben er wel benieuwd naar. Gisterenmiddag is hij gesignaleerd in een boom langs het 'Happy Beach' strand van Tukadmungga. Waarom gaan we er niet eens een kijkje nemen en zien wat we er aantreffen?"

"Och, waarom ook niet?", reageer ik. "Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd om die aap eens te zien. Even de boel hier afsluiten en dan kunnen we op pad, op zoek naar die mysterieuze aap".


de eerste ontmoeting met de aap

Even later rijden we op onze motors in de richting van het Happy Beach strand. Onderweg stoppen we nog even omdat Ketut een canang en wat wierook wil kopen, om te offeren als we straks op het strand de aap zullen aantreffen. Na dit korte oponthoud arriveren we niet veel later op het met bomen omzoomde Happy Beach strand. We parkeren er onze motors en Ketut gaat op onderzoek uit, pratend met lokale bewoners om informatie in te winnen over de verblijfplaats van de aap. We krijgen echter te horen dat de aap vanochtend in oostelijke richting langs het strand is verder getrokken. Er zit dus niets anders op dan weer op onze motors te klimmen om onze zoektocht verderop in het oosten voort te zetten.

Na een paar keer hier en daar navraag te hebben gedaan krijgen we te horen dat de aap een paar honderd meter verderop aan het strand van Pemaron is gesignaleerd, in de buurt van het Puri Bagus hotel. Zodra we daar zijn gearriveerd, zien we op de grens van de hoteltuin en het strand een groepje mensen staan, voornamelijk personeel van het Puri Bagus hotel. Ze staan onder een grote boom en enkele van hen wijzen met gestrekte arm omhoog. Als we ons even later bij hen hebben gevoegd, zien we hoog in de kruin van de boom en nauwelijks zichtbaar door het dichte gebladerte een kleine grijze aap zitten.

Ketut 'Bluey' met de canang
eerste ontmoeting met de aap


De aap bevindt zich te hoog in de boom om hem echt goed te kunnen bekijken. Ketut steek daarom wat staafjes wierook aan en probeert vervolgens, na een kort gebed, de aap naar beneden te lokken door hem de canang aan te bieden. Met omhoog gehouden handen staat Ketut onder de boom maar minuten lang gebeurt er niets. Dan roert de aap zich eindelijk. De takken van de boom bewegen en de bladeren ritselen als hij langzaam en behoedzaam naar de lagere takken afdaalt. Ketut houdt de canang goed zichtbaar omhoog om de aap verder naar beneden te lokken. Uiteindelijk gaat de aap definitief overstag. Hij komt omlaag, pakt de canang uit de handen van Ketut en begint deze, gezeten op een brede tak, te inspecteren op voedsel.

Inmiddels hebben we de gelegenheid om de aap eens goed te bekijken. We zien dat het een mannetjes aap is en het meest opvallende is nog wel zijn gezicht. Het ziet er op z'n zachts gezegd nogal on-aapachtig uit. Met voor een aap ongewone ogen kijkt hij vanonder typische grijs-witte wenkbrauwen droevig de wereld in. Ook valt op dat hij een vers rood litteken in z'n rechter oksel heeft, en op z'n rug blijkt een deel van z'n vacht te ontbreken. Daarnaast vertoont zijn borst een tiental kleine rode wondjes. Deze onverwachte kentekens beantwoorden tegelijk een vraag waar ik al die tijd mee heb gezeten, namelijk hoe we er zeker van konden zijn dat het inderdaad steeds dezelfde aap is die eerder werd, en later nog zal worden gesignaleerd, op z'n reis langs de kust?

de aap accepteert de canang
een ongewoon, vreemd gezicht


Het is even na half vier als de aap de boom plotseling verlaat. Gevolgd door een klein groepje belangstellenden loopt hij vervolgens langzaam door de tuin van het Puri Bagus hotel in oostelijke richting. Hier en daar in de tuin zitten of liggen wat hotelgasten op de zitpaviljoens te luieren, maar ze kijken niet op of om als de aap met zijn gevolg voorbijtrekt. De aap verlaat de tuin en bereikt na korte tijd de Penimbangan boulevard die naar de Pura Segara tempel leidt, een zeetempel die net even ten westen van Singaraja ligt. Op de grens met een kampong aan het begin van de boulevard klimt de aap in een boom waar hij tot het einde van de middag blijft zitten. Dan verlaat hij de boom en loopt naar de Pura Segara tempel, alwaar hij de nacht doorbrengt.

Ketut en ik besluiten dat het voor vandaag welletjes is geweest. We lopen terug naar onze motors die nog bij het Puri Bagus hotel staan geparkeerd en rijden terug naar huis. We drinken nog een kop koffie bij mij thuis en bespreken de gebeurtenissen van vandaag. We zijn het er beide over eens dat er iets bijzonders aan de hand is met deze aap, en we besluiten om hem de komende tijd te blijven volgen in de hoop meer over hem te weten te komen. We spreken af om over twee dagen weer op pad te gaan om de aap weer te ontmoeten.


in de heilige kamer van een priester

Dinsdagochtend 17 juni. Ketut is zojuist gearriveerd met meer nieuws over de aap. Hij vertelt dat hij gisteren alleen op onderzoek is uitgegaan en hij heeft uitgevonden dat de aap een paar dagen eerder gewond gearriveerd is in het even verderop gelegen dorpje Anturan. Hij vertelt dat de aap daar helemaal uit zichzelf naar de 'Puskes Mas' kliniek is gegaan (een ziekenhuis voor arme mensen) waar een van de doktoren de wond in zijn oksel heeft gehecht.

Over de achtergrond van zijn verwondingen blijken verschillende verhalen de ronde te doen. Sommige bronnen vermelden dat de aap door een hond is aangevallen en gebeten, andere vertellen dat de wond in zijn oksel zou zijn veroorzaakt door een messteek. Ook werd verteld dat de aap eerder is gesignaleerd samen met een vrouwtjesaap en een jong. De apen zouden in de omgeving van het dorpje Banjar door een jager zijn aangevallen, waarbij met hagel op hen geschoten is. Het vrouwtje en het jong werden daarbij gedood maar het mannetje werd slechts gewond en ontsnapte. De jager zou de gedode apen dezelfde dag nog hebben gevild en het vlees samen met een aantal vrienden hebben opgegeten. Er werd ook nog bij verteld dat de schutter daarop diezelfde dag nog is overleden, en de anderen zouden op onverklaarbare wijze hun spraak hebben verloren.

Opm. 1 - een pemangku priester van de Pulaki tempel heeft later met stelligheid verklaard dat er indertijd slechts één aap op pad is gegaan; dit ontkracht derhalve enerzijds het verhaal dat meerdere apen de Pulaki tempel hebben verlaten om langs de kust te gaan trekken, en anderzijds ontkracht deze verklaring het gerucht over de mysterieuze dood van een apenjager en het spraakverlies van diens vrienden.

Opm. 2 - de kleine rode wondjes op de borst van de aap kunnen mogelijk als verklaring dienen dat er inderdaad met hagel op de aap is geschoten; het jagen op apen komt op Bali helaas vrij veelvuldig voor. De oorzaak van de okselwond blijft echter onduidelijk. Deze kan zowel door een messteek (van een jager?) als door de beet van een hond zijn veroorzaakt.

Opm. 3 - over de oorzaak van het ontbreken van een deel van de vacht op de rug van de aap doen geen verhalen of theorieën de ronde. Vanuit spiritueel oogpunt kan echter gesteld worden dat we hier te maken hebben met een aap die met een bepaald doel ongewoon gedrag vertoont. In dit opzicht kan het ontbreken van een deel van diens vacht wellicht bedoeld zijn om de aap op een opvallende manier beter herkenbaar te maken, zodat duidelijk is dat het inderdaad steeds om één en dezelfde aap gaat die, priesters bezoekend, langs de kust van tempel naar tempel aan het trekken is; het feit dat de aap steeds tempels en priesters bezoekt, geeft op zijn beurt dan weer aan dat diens tocht een religieus/spirituele achtergrond moet hebben.

Rond het middaguur besluiten we om weer op pad te gaan, opnieuw op zoek naar de aap. We rijden naar de Pura Segara tempel waar we de aap twee dagen terug voor het laatst hebben gezien. Eenmaal gearriveerd bij de tempel ontdekken we echter al gauw dat de aap er gisterenmiddag alweer vertrokken is. Iemand weet ons te vertellen dat hij de nacht heeft doorgebracht in een vlakbij gelegen kampong in het westelijk deel van het havendistrict van Singaraja.

Als we korte tijd later de betreffende kampong hebben bereikt, kost het ons niet veel moeite om achter de huidige verblijfplaats van de aap te komen. Iedereen die we er tegenkomen weet van de aap af en iemand leidt ons naar een smalle steeg tussen twee rijen met aaneengeschakelde, armoedige huisjes die elk uit een begane grond met een verdieping bestaan.

"Daar", wijst onze gids naar het dak van het rijtje huizen aan onze linkerhand. In een open raam op de bovenste verdieping van het tweede huis zien we de aap zitten. Binnen, in de schaduw van de kamer, staat iemand de vacht van de aap te onderzoeken. Dan komt een vrouw uit het inwendige van het huis naar buiten en nodigt ons uit om binnen te komen.

in de heilge kamer van Jero Rai


Via een klein, rommelig tuintje lopen we een donker en met roet bedekt keukentje binnen. Via een korte, smalle gang bereiken we een klein halletje en vandaar klimmen we via een smalle houten trap naar de bovenste verdieping van het huis. De trap komt uit in een kleine kale ruimte van nog geen acht vierkante meter. Op een tafel na die tegen een van de muren staat opgesteld, is de kamer leeg. Op de tafel, die bedekt is met een wit laken, staan wat offertjes. Aan de muur boven de tafel hangen naast elkaar vijf geelgeverfde houten bakjes die elk aan de voorkant gedecoreerd zijn met goudgele lappen. In die bakjes liggen offertjes en ik zie dat er ook wat potjes, doosjes en flesjes in staan.

In het geopende raam zien we onze aap zitten, gemakkelijk te herkennen aan de kale plek in de vacht op zijn rug. Een jongen van ongeveer 16 jaar zoekt met zijn vingers in de vacht van de aap naar vlooien. Op een mat langs de muur ligt een man te slapen. Zodra we de kamer binnenkomen, kijkt de jongen van zijn werk op. Hij begroet ons vriendelijk en wekt dan de slapende man.

Ketut Bluey oog in oog met de aap


Zodra de man ons ziet, verwelkomt hij ons hartelijk en stelt zich voor als Jero Mangku Rai. Hij vertelt dat hij een pemangku (leken-priester) is, afkomstig uit het dorpje Tauka in het district Karangasem maar dat hij al jaren woonachtig is hier in kampong Kayubuntil in Singaraja. De jongen die de vacht van de aap aan het onluizen is, blijkt een van zijn zoons te zijn. Dan verschijnt Bu Jero, de vrouw van Jero Rai, met een blad waarop bekertjes water, een schaal met het fameuze Balinese gerecht 'babi guling' (geroosterd speenvarken) en borden met nasi en saté kambing (geitenvlees) staan. Gezeten op een mat op de grond doen we ons tegoed aan het voedsel en tijdens het eten er wordt even niet gesproken.

Na het eten vraagt Jero Rai ons naar het doel van ons bezoek. Ketut legt uit dat we geinteresseerd zijn in de aap en dat we nieuwsgierig zijn naar het waarom van zijn mysterieuze reis langs de kusttempels van Noord Bali.

Jero Rai knikt begrijpend en vertelt ons dat de aap pas gisteren in de middag de kampong is binnengetrokken. Hij is toen vrijwel direct naar het nabijgelegen huis van een collega-priester gegaan. Daar heeft hij op het dak van diens huis de nacht doorgebracht. Precies om middernacht heeft de aap het dak even verlaten om in de huistempel op het erf van diens huis iets te eten. Daarna ging de aap het dak weer op om er de rest van de nacht door te brengen.

Vanochtend is hij opnieuw naar het huis van zijn collega gegaan, vervolgt Jero Rai. De aap intrigeerde hem en hij heeft getracht met de aap te communiceren. Hij zegt dat hij de aap heeft uitgenodigd om met hem mee te komen naar zijn heilige kamer, maar de aap schudde daarop zijn hoofd. Toen hij terug ging naar zijn eigen huis, volgde de aap hem echter. En toen hij zijn huis binnen ging, klom de aap op het dak om na enige tijd via het raam zijn heilige kamer binnen te gaan. Sindsdien heeft de aap de heilige kamer niet verlaten, zegt Jero Rai.

Dan staat Jero Rai om en neemt het ontluizen van de aap over van zijn zoon. Ketut en ik staan ook op om de aap van dichter bij wat beter te bekijken. Zo nu en richt ik mijn camera om een foto te nemen, waarop de aap me telkens met een voor mijn gevoel indringende blik in de ogen kijkt.

Rond half drie arriveert er een leerling fotograaf uit Bangli in de heilige kamer. Hij vertelt dat hij een paar dagen terug over de aap heeft horen vertellen en hij is toen nieuwsgierig naar het noorden getrokken in een poging deze fenomenale aap te traceren, met de bedoeling om er een foto reportage over te maken. Pak Jero stapt opzij om hem de gelegenheid te geven foto's te nemen. Als de fotograaf zijn van een telelens voorziene camera op de aap richt, zien we hoe de aap, volkomen onverwachts, aggressief reageert op het zien van diens camera. Pak Jero verontschuldigt zich tegenover de fotograaf en zegt dat het nu helaas niet mogelijk is om foto's te nemen.

Als Jero Rai zich daarop weer naar de aap keert om verder te gaan met het ontluizen van zijn vacht, zien we tot onze verbazing hoe de aap hem met een boze blik in de ogen met zijn kleine donkere hand in het gezicht slaat, op een manier alsof hij zeggen wil, hoe haal je het in je hoofd om hem toestemming te geven mij te fotograferen! Direct daarna is de aap echter weer rustig en staat Jero Rai toe verder te gaan met het ontluizen van zijn vacht.

Opm 1. - de aggressieve reactie van de aap op het zien van de camera van de leerling fotograaf kan verklaard worden door het feit dat de aap mogelijk getraumatiseerd was omdat er eerder op hem is geschoten. Zo'n mogelijk trauma wordt nog eens versterkt door de verklaring van Jero Rai dat de aap op 16 juni ook aggressief heeft gereageerd op een klein jongetje met een speelgoed pistool dat te dicht in zijn buurt stond.

Opm 2. - later bleek dat bij verschillende andere gelegenheden ook pogingen zijn ondernomen om de aap te fotograferen, onder andere door een fotograaf van de 'Bali Post'. Verschillende bronnen melden dat die foto's vreemd genoeg in alle gevallen zijn mislukt, ze vertoonden slechts een zwart beeld; behalve de hier gepubliceerde foto's zijn er voor zover bekend nog geen andere foto's van de aap in de publiciteit aangetroffen.

Jero Rai en diens zoon kijken toe hoe de aap de zeetempel betreedt


Rond de klok van drie uur verlaat de aap plotseling via het raam de heilige kamer en daalt vervolgens via het dak af naar de tuin. Via de trap verlaten wij daarop ook de heilige kamer om de aap te volgen. Door de smalle steeg achter het huis loopt de aap, op de voet gevolgd door een menigte belangstellenden, naar een net even ten oosten van Jero Rai's huis gelegen kleine zeetempel. De aap beklimt er de tempelmuur en blijft daar even zitten, kijkend naar de kring met belangstellenden. Dan gaat hij de tempel binnen. Gedurende een minuut of tien blijven we de aap nog even observeren en lopen dan samen met Jero Rai weer terug naar diens huis om daar nog wat verder te praten over de aap.

Als we ons even later weer in de heilge kamer bevinden, vragen we Jero Rai of hij enig idee heeft wat de tocht van de aap te betekenen heeft. Jero Rai zegt dat hij er nog geen zinnig woord over kan zeggen. Net als ons vindt hij het een hoogst merkwaardige geschiedenis en hij heeft sterk het gevoel dat het allemaal geen toeval kan zijn.

Jero Rai vertelt dat hij afgelopen zondagochtend, juist op de dag voordat de aap de kampong binnentrok, in een van de schrijnen van de huistempel op het erf van zijn huis een kleine kris heeft aangetroffen. Hij heeft die kris aan zijn guru, ene balian Gelgel, laten zien. Na deze te hebben onderzocht, verklaarde balian Gelgel dat de kris van Pulaki afkomstig is. Het kon volgens Jero Rai daarom geen toeval zijn dat de volgende dag een aap, afkomstig van Pulaki, de kampong binnentrok om hem de volgende dag in zijn heilige kamer op te zoeken. Volgens Jero Rai was die kris een voorteken en hij is van plan om de komende dagen 's avonds en 's nachts te gaan mediteren in zijn heilige kamer, in zijn huistempel, en in de zeetempel van de kampong, in de hoop op inspiratie of een visioen dat een en ander zal verklaren.

De kris die Jero Rai in een van de schrijnen van zijn huistempel vond


We vragen Jero Rai of het in orde is om nog even een kijkje te gaan nemen bij de priester die gisteren als eerste door de aap werd bezocht. Jero Rai heeft daar geen bezwaar tegen en biedt aan om met ons mee te gaan om de weg te wijzen. De zon is inmiddels al ondergegaan als we het huis van Jero Rai verlaten. In zijn huistempel op het erf staan talloze offertjes opgesteld. Jero Rai legt uit dat deze voornamelijk bedoeld zijn om de goden gunstig te stemmen, om zodoende de kans op het verkrijgen van hun uitleg omtrent het bezoek van de aap tijdens meditatie te vergroten.

Het huis van zijn collega ligt even verderop in het volgende straatje van de kampong en blijkt van hetzelfde type te zijn als dat van Jero Rai. Als we het kleine erf van het huis oplopen, zien we dat het er net als bij Jero Rai ook vol staat met allerlei offertjes en de lucht is er zwanger van brandende wierook.

de huistempel op het erf van het huis van de eerste priester


Zodra hij ons ziet, komt de priester naar buiten. Jero Rai stelt ons aan hem voor en legt uit dat wij geinteresseerd zijn in de aap en dat we nieuwsgierig zijn naar de achtergronden van diens reis. We worden hartelijk door de priester onthaald en onder het genot van een glas koffie praten we een tijdje over de aap. Deze priester weet ons echter niet meer te vertellen dan datgene wat Jero Rai ons al verteld heeft. Ofschoon het waarom hen vooralsnog onduidelijk is, wordt het bezoek van de aap door beide priesters met stelligheid als een goed voorteken opgevat. Rond acht uur nemen we afscheid met de belofte om in de komende dagen weer op bezoek te komen.


De aap vertrekt en keert weer terug

18 juni. De aap vertrekt uit kampong Kayubuntil en gaat op weg in oostelijke richting. Als hij echter op de haven van Singaraja stuit en er zijn weg door het water geblokkeerd ziet, keert de aap weer naar de kampong terug. Ditmaal klimt hij er op het dak van het huis van een derde priester.

19 juni. Samen met Ketut heb ik de kampong weer bezocht. De aap verblijft nog steeds in de buurt van het huis van de derde priester.

21 juni. De aap klimt weer op het dak van het huis van de derde priester en komt er die dag niet meer van af.

23 juni. De aap verblijft nu al enkele dagen onafgebroken op het dak van het huis van die derde priester. Jero Rai en de andere priesters vatten dit op als een slecht teken en zoeken contact met Cecilia, een begaafd medium uit Zwitserland die al vijf jaar als balian/genezeres in Singaraja practiseert. Samen met de derde priester heeft Celilia een ceremonie voor de aap gehouden. Tijdens deze ceremonie verlaat de aap het dak eindelijk. Na afloop van de ceremonie vertrekt de aap opnieuw uit de kampong, maar keert er de dezelfde dag nog terug.

24-25 juni. De aap verblijft opnieuw in de heilige kamer van Jero Rai, ditmaal gedurende een periode van twee dagen. Jero Rai krijgt bezoek van twee verslaggevers van de Bali Post. Na zijn tweede bezoek aan de heilige kamer van Jero Rai verblijft de aap nog 15 dagen in kampong Kayubuntil. Gedurende deze periode brengt de aap de nacht telkens door in een hoge boom op de Chinese begraafplaats.

11 juli. De aap verlaat kampong Kayubuntil nu definitief en trekt langs de haven van Singaraja in oostelijke richting verder langs de kust.

12 juli. De aap bereikt Samosir, even ten oosten van Singaraja. Jero Rai bezoekt samen met zijn guru balian Gelgel mijn huis in Kalibukbuk. Ketut en ik worden door Jero Rai uitgenodigd om de volgende avond samen met hem, een aantal leden van zijn familie, en de andere priesters die door de aap zijn bezocht, de Pulaki tempel te bezoeken. Morgen is het volle maan en dat is volgens Jero Rai een uitermate geschikte dag om er samen met zijn collega's te gaan mediteren om uit te vinden waarom hij verschillende keren door de aap is bezocht. Tevens wil hij proberen te weten te komen wat nu eigenlijk de betekenis is van die mysterieuze reis van de aap langs de kust.


de goden spreken in de Pulaki tempel

Purnama, zondag 13 juli. Rond half vier in de middag arriveren Ketut en ik bij het huis van Jero Rai. Deze bevindt zich op dat moment in zijn familietempel op het erf van zijn huis, waar hij weer tot de goden aan het bidden is om de missie naar de Pulaki tempel te laten slagen.

per bemo op weg naar de Pulaki tempel


Om vier uur vertrekken we in een afgehuurde bemo op weg naar de Pulaki tempel. Het plan is om eerst bij de vlak bij de Pulaki tempel gelegen Pura Pasar Agung Melanting tempel te stoppen om ook daar tot de goden te bidden voor succes van onze missie. Het is al aan het schemeren als we na een goed uur rijden in de buurt van de Melanting tempel zijn aangeland. In de snel toenemende duisternis neemt de chauffeur van de bemo echter een verkeerde afslag. We rijden over een onverhard pad dwars door een woud en komen tenslotte uit bij een zeer oude, midden in het bos gelegen tempel, de Pura Belatung. Hoog tegen een bergwand in het zuiden zien we de lichtjes van de Melanting tempel schitteren. Aangezien we hier nu toch zijn, nemen we maar van de gelegenheid gebruik om ook hier nog even tot de goden te bidden voor succes van onze missie.

Langs de tempel stroomt een smal beekje met helder, koud water. Een tempelpriester heet ons welkom en zegent ons met enkele grote plenzen beekwater die hij met de schil van een kokosnoot over onze hoofden schept. De priester vertelt ons dat de Pura Belatung is opgedragen aan de godin Silyukti en hij zegt dat deze tempel van oudsher een meditatieplaats is geweest, met name voor de grote Javaanse Hindu priesters van destijds, zoals Nirartha, die eeuwen geleden naar Bali trokken om er de Bali Aga (dit zijn de oorspronkelijke bewoners van Bali) tot het Hinduisme te bekeren. Het woord 'belatung' is Balinees en laat zich vertalen als 'cactus'.

Dan stappen we weer in de bemo en gaan op weg naar ons oorspronkelijke eerste doel, de Pasar Agung Melanting tempel. Na een kwartiertje rijden arriveren we dan eindelijk zonder verdere problemen bij deze tempel, waar we tot ca. 23:00 uur de tijd biddend en mediterend doorbrengen.

Rond half twaalf arriveren we uiteindelijk bij net even ten westen van het dorpje Pemuteran gelegen Pulaki tempel. Afgezien van tempelpriesters zijn wij op dit late tijdstip de enige aanwezigen in de tempel. Aangezien het de planning is om de sessie pas rond middernacht te laten beginnen, hebben we nog even de tijd om wat met de tempelpriesters te praten. Een van die priesters ontzenuwt tijdens dat gesprek het hardnekkige gerucht dat er meerdere apen uit de kolonie zouden zijn vertrokken. Hij verklaart met stelligheid dat er indertijd slechts één aap op pad is gegaan.

Rond middernacht begint ons groepje, gezeten in een kring op de grond, samen met de tempelpriesters te bidden. De wens wordt daarbij opnieuw uitgesproken dat Ida Batara Lingsir, de voornaamste god van de tempel, bereid zal zijn om tijdens de meditatiesessie in een van de aanwezigen in te treden om via dat medium het mysterie van de reizende aap te verklaren.

Rond twee uur in de nacht geraakt een van de tempel- priesters plotseling in een diepe staat van trance. Zijn gelaatstrekken en stemgeluid zijn opvallend veranderd als hij is opgestaan om ons toe te spreken. Hij houdt daarbij zijn linkerarm stevig op zijn rug en zwaait zo nu en dan met een brandend staafje wierook dat hij tijdens het spreken in zijn rechterhand houdt.
Dewa Patih Agung spreekt


Hij verklaart dat hij Dewa Patih Agung is, de 'bewaker' van de tempel, en vraagt ons waarom we naar de tempel gekomen zijn. Jero Rai, die tot twee keer toe in zijn heilige kamer door de aap werd bezocht, werpt zich op als woordvoerder van het gezelschap. Hij begint met Dewa Patih Agung te bedanken dat hij bereid is om het woord tot ons te richten. Dan vraagt hij waarom Ida Batara Lingsir niet is gekomen, hij had daar immers toch dagenlang om gebeden?

Dewa Patih Agung reageert nogal boos op deze vraag. Hij verklaart dat zijn 'baas' (Ida Batara Lingsir) ontstemd is omdat Jero Rai verzuimd heeft om in de Tri Kahyangan (dit zijn de drie hoofdtempels van een dorp, de Pura Puseh, de Pura Desa en de Pura Dalem) te bidden voor succes van zijn missie. Door slechts in zijn huistempel te bidden, had hij de juiste procedure niet gevolgd; zijn houding ten opzichte van de kwestie was daarom 'te makkelijk' geweest.

Dewa Patih Agung vervolgt dat er nog een tweede reden is waarom Ida Batara Lingsir heeft geweigerd om zelf te spreken. Hij zegt dat de bewoners van het Buleleng district (dat bijna de gehele noordelijke kuststrook van Bali beslaat) de Pulaki tempel nauwelijks nog bezoeken omdat ze deze 'te ver weg' vinden, in tegenstelling tot de mensen uit de andere districten van Bali. Voor hen blijkt de Pulaki tempel juist 'dichtbij'.

Jero Rai verontschuldigt zich en vraagt dan waarom hij tot twee keer toe door de aap is bezocht. Dewa Patih Agung geeft als reden op dat Jero Rai een voorwerp in zijn huis bewaart dat van Pulaki afkomstig is (de kris). Dat voorwerp heeft de aap aangetrokken, zegt Dewa Patih Agung.

Jero Rai (l) in gesprek met Dewa Patih Agung (m)


Dan vraagt Jero Rai waarom de aap zijn kolonie heeft verlaten en op reis is gegaan langs de kust.

Dewa Patih Agung verklaart dat de aap op zijn reis naar de Ponjok Batu tempel de mensen 'observeert' en hun 'toestand' aanschouwt. Waar de aap komt, vergeten de mensen even hun onderlinge onenigheid en tonen samenhorigheid.

Tot slot verklaart Dewa Patih Agung dat de reis van de aap een symbolische reis is met een boodschap:

"De mens mag niet 'zoals de apen' zijn. Hij dient zichzelf weer te respecteren. Hij dient zijn medemens weer te respecteren. Hij dient de natuur weer te respecteren. Hij dient God weer te respecteren. Hij dient weer te bidden en mediteren zoals het ooit geleerd is. Hij dient weer te gaan leven zoals het bedoeld was. Zolang dit niet gebeurt, zal Bali niet veilig zijn."

Dan zakt de tempelpriester op zijn knieen en valt voorover. Met onbeheerste bewegingen begint hij als een aap met zijn gezicht in een canang offertje te wroeten dat op de grond ligt. Een van de andere tempelpriesters en een priester uit ons gezelschap helpen de tempelpriester daarop met zachte drang overeind en halen hem daarna voorzichtig uit z'n staat van trance. De meditatie sessie is voorbij.


De volgende weken

18 juli. Jero Rai bezoekt mijn huis in Kalibukbuk en vertelt dat de aap zich nu net even ten westen van Sangsit bevindt.

23 juli. Op de dag van de bomaanslag op het Marriott Hotel in Jakarta keert de aap plotseling om en loopt weer terug naar het westen.

6 augustus. De aap arriveert opnieuw in de kampong Kayubuntil van Singaraja en Jero Rai wordt voor de derde keer door hem bezocht; ditmaal verblijft de aap drie dagen in diens heilige kamer.

8 augustus. De aap vertrekt weer uit de kampong en ditmaal trekt hij definitief verder in oostelijke richting.

Begin september is de aap even ten westen van de Ponjok Batu tempel voor het laatst gesignaleerd. Daarna bleek hij plotseling spoorloos te zijn verdwenen en werd er niets meer over hem vernomen.


Nawoord en conclusies

De bijzondere feiten die ik als getuige van deze geschiedenis heb geconstateerd, hebben me aangezet om een en ander nader te onderzoeken. Dat onderzoek leidde uiteindelijk tot een aantal persoonlijke en puur op spirituele principes en achtergronden gebaseerde conclusies betreffende de betekenis van de reis van de aap.

De aap vertoonde een gedrag dat totaal niet strookte met het gedrag dat apen normaal gesproken vertonen. Allereerst is er het feit dat de aap plotseling zijn kolonie, in dit geval de kolonie van de Pulaki tempel, verliet. Het verlaten van de kolonie is iets dat bij apen normaal gesproken nooit voorkomt. Bovendien is het merkwaardig dat het gezicht van deze aap menselijke trekken vertoonde; zijn gezicht verschilde in elk geval opvallend sterk met die van de andere apen uit de Pulaki kolonie.

de reizende aap van Pulaki
een 'gewone' aap van Pulaki kolonie


Ook is het merkwaardig te noemen dat een aap een reis over een afstand van 75 km onderneemt naar een door een priester voorspelde eindbestemming, daarbij van tempel naar tempel trekt, en tijdens die reis ook nog eens tientallen Hindu priesters bezoekt. Het lijkt er daarom sterk op dat die reis een Hindu- religieuze betekenis met een spiritueel getinte achtergrond moet hebben.

Zowel het startpunt als het einddoel van de reis, Pura Pulaki en Pura Ponjok Batu, blijken gerelateerd te zijn aan de Javaanse Hindu priester Nirartha. Dit kan een aanwijzing zijn dat Nirartha mogelijk met deze geschiedenis verbonden is.

Nadat Nirartha tegen het einde van de 16e eeuw met zijn familie en gevolg vanuit Java op het strand van Purancak in Jembrana op Bali arriveerde, trok hij in oostelijke richting langs de kust, op weg naar de op de hellingen van de heilige berg Gunung Agung gelegen Besakih tempel. Net zoals Nirartha trok de aap ook van west naar oost langs de kust, een tweede aanwijzing die duidt op een mogelijke verband met Nirartha.

Het verhaal gaat dat het gezelschap tijdens die tocht werd geconfronteerd met een reusachtige naga (een mythologische slang). De overlevering vertelt dat Nirartha als een Indonesische versie van Jonas in de walvis zonder enige vrees in de muil van de naga stapte en in diens binnenste een schitterende padma (lotusbloem) vond. (Opm. de lotus is het symbool van Shiva, de belangrijkste god van het Balinese Hinduisme).

Toen hij even later als een psychedelische vlammenmassa weer uit de muil van de naga tevoorschijn kwam, vluchtte zijn familie en gevolg in paniek diep een nabijgelegen woud in. Nadat Nirartha weer tot zichzelf was gekomen, ging hij naar hen op zoek. Hij slaagde erin allen terug te vinden, met uitzondering van zijn beeldschone dochter, Dewi Swabawa. Deze bleek te zijn ontvoerd en verleid door een man uit het dorpje Pegamatan. Toen hij erachter kwam dat zijn dochter ten prooi was gevallen aan de attenties van een man (in het Indonesisch werd dit empu laki genoemd; Pulaki is van deze term afgeleid), raakte Nirartha buiten zinnen van woede. Hij vervloekte daarop het dorp en het verdween geheel van de aardbodem; de bewoners waren gedoemd om voor altijd als verloren zielen onzichtbaar op aarde rond te dolen. Zo nu en dan worden ze echter zichtbaar en ze worden dan waargenomen als 'wong samar, vreemde apen of tijgers met menselijke trekken.

Zowel Pura Pulaki als de Pasar Agung Melanting tempel zijn opgedragen aan Nirartha's dochter, Dewi Swabawa. Nadat hij haar uit de handen van de man uit Pegamatan had gered, bevrijdde Nirartha haar van haar menselijke vorm en werd zij Dalem Melanting. Hij stichtte de Melanting tempel waar de bevolking diende te bidden en mediteren op het bereiken van zakelijk (werelds) succes. De Melanting tempel wordt daarom ook nu nog steeds gezien als de tempel der handelaren. Naast die Pasar Agung Melanting zijn er nog andere vormen van Melanting tempels, zoals de kleine muurtempeltjes die je overal in winkels, restaurants, markten, enz. aantreft. De Pura Pasar Agung Melanting geldt als de hoofdtempel en wordt gezien als het symbool van de economie van Bali.

Was de aap van Pulaki een wong samar? Geldt het gedrag van de man uit Pegametan (geen respect voor z'n medemens, sexuele drijfveren) als symbool voor het gedrag van de mens die nu op Bali (en ook elders op de wereld) leeft? Heeft Dewa Patih Agung daarom gezegd dat de mens niet 'zoals de apen' mocht zijn, omdat anders wellicht gedoemd zijn om (later) voor eeuwig als verloren zielen rond te dolen? - dit naar aanleiding van zijn opmerking, "zolang dit niet gebeurt, zal Bali (lees: de mensheid) niet veilig zijn". Op de spirituele betekenis van deze symboliek wordt later nog dieper ingegaan.

Nirartha geldt als de 'vader' der Brahmaanse priester kaste. Het was namelijk Nirartha die het Balinese Hinduisme vormde zoals we dat nu ook nog kennen. Hij leerde de priesters, en daarmee ook de bevolking, de (spiritueel) juiste manier van leven, bidden en mediteren.

Afgaande op de verklaringen van Dewa Patih Agung lijkt het er sterk op dat het spirituele onderricht van Nirartha een centrale rol speelt in de geschiedenis van de aap. Het feit dat de aap tijdens zijn reis tientallen Hindu priesters bezocht, kan er wat dat betreft op duiden dat de Hindu priesters van vandaag de dag in onvoldoende mate hun verantwoordelijke taak die leer uit te dragen, vervullen.

Wie Bali goed kent, zal zeker beamen dat de Hindu's van Bali op religieus gebied een zeer devoot volk zijn; de vele ceremonies worden altijd zeer trouw bijgewoond en onder leiding van de priesters op de juiste manier uitgevoerd. Maar waar het hier echter om gaat, is niet het strikt uitvoeren van die ceremonies, maar juist begrip van de spirituele principes die aan ceremonies ten grondslag liggen. Dat begrip is in de meeste gevallen totaal afwezig, of op z'n best wordt er in onvoldoende mate en slechts selectief notie van genomen. Afwezigheid van spirituele begrip is een van de voornaamste oorzaken van een egocentrische kijk op het leven, waarbij onvoldoende respect voor anderen en de omgeving als belangrijkste symptomen gelden.

Het dient te worden opgemerkt dat er een hemelsbreed verschil ligt tussen religieuze devotie en spirituele devotie. Religie is per definitie een groepsgebeuren, spiritualiteit daarentegen is een puur individuele zaak.

Binnen een religie wordt de gelovige door anderen geleid en men heeft met door anderen opgelegde verplichtingen en verboden te maken. God is een gepersonificeerd en vaak dreigend begrip dat zich buiten (dus los van) de gelovige bevindt. Binnen religies is de gelovige in het algemeen passief, dat wil zeggen dat hij de verantwoording voor zijn omstandigheden en geluk meestal buiten zichzelf, bij de goden, zijn vergoddelijkte voorouders, en bij zijn medemens legt.

Binnen spiritualiteit worden God en leiding juist in zichzelf gevonden, doordat men in meer of mindere mate begrip heeft van de eigen essentie en de juiste vormen van gebed en meditatie hanteert. Verplichtingen en verboden komen daardoor als vanzelf van binnenuit en zijn een natuurlijke, duidelijke zaak. De spirituele gelovige legt de verantwoording voor de omstandigheden van zijn persoonlijke leven en geluk niet bij anderen maar bij zichzelf.

De spiritueel hoog begaafde Nirartha was door zijn grote innerlijke kracht (het gevolg van een staat van persoonlijk bewustzijn die slechts bereikt kan worden door op een juiste manier te leven, bidden en mediteren) in staat om zowel zijn persoonlijke veiligheid te garanderen alsmede allerlei ziektes onder de bevolking te genezen. Ook wist Nirartha, via het collectief bewustzijn, Bali te behoeden voor allerlei rampen en andere ongelukken doordat er in zijn tijd op Bali massaal gebeden, gemediteerd en geleefd werd, op de manier zoals door hem onderwezen.

Het Balinese Hinduisme is een godsdienst die zeer rijk is aan spirituele symboliek. Het gelooft in slechts Een God, een God die zich gefragmenteerd heeft in een reeks 'mindere goden'. Elk van die mindere goden vertegenwoordigt daarbij een symbolisch aspect van die Ene God. Het gelooft in een microkosmos en een macrokosmos, waarbij de microkosmos de mens als individu vertegenwoordigt en de macrokosmos diens omgeving. Het gelooft dat die microkosmos en macrokosmos onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat God overal en altijd in beide aanwezig is. En het gelooft in een reincarnerende ziel en in karma. Wat betekent dit alles in spiritueel opzicht?

Spiritualiteit baseert zich op het feit dat de 'werkelijkheid' multi-dimensioneel is, wat in het Hinduisme tot uitdrukking wordt gebracht door onder andere die vele manifestaties van de Ene God.

Ook baseert spiritualiteit zich op het (inmiddels bewezen) feit dat alles in oervorm uit electromagnetisch geladen bewustzijn (een vorm van energie) bestaat, zowel materieële als immaterieële zaken. Materie is wat dat betreft een van de vele manifestatievormen van die bewuste energie. Daarnaast baseert spiritualiteit zich op het feit dat juist door die electro-magnetische energie alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is - wat in het Balinese Hindusime wordt gesymboliseerd door de interconnectie tussen microkosmos en de macrokosmos.

Doordat alles via electromagnetisch bewustzijn met elkaar verbonden is, wordt alles dan ook door elkaar beinvloedt en vinden er continue reacties plaats. Dat geldt niet alleen voor ons persoonlijk bewustzijn in een-op-een relaties met anderen en onze omgeving, maar ook voor het collectief bewustzijn, namelijk via de effecten van de opvattingen, akties en reakties van een specifieke groep individuen (zoals een volk, een religieuze groepering, een politieke partij, supporters van een voetbalclub, enz.).

In het kader van de geschiedenis van de aap zijn hierbij in de eerste plaats het persoonlijke bewustzijn van het Balinese individu en het collectieve bewustzijn van de Balinese Hindu's als een groep van belang. Dit dient vervolgens weer als voorbeeld voor het persoonlijk bewustzijn van elke mens, waar ook ter wereld en tot welke groepering men zich ook rekent, en het collectieve bewustzijn van het menselijk ras.

Het Balinees Hinduisme predikt onder andere het belang van 'pikiran suci, hati murni', verheven gedachten en gevoelens oftewel creatieve verbeeldingskracht met positief denken en controle van negatieve emoties. Het wijst daarbij onder andere op het gevaar van de zogenaamde 'sad ripu', de 'zes vijanden' van de mens: jaloezie, boosheid, haat en wraak, luiheid, gulzigheid en egoisme - alle vormen van negatieve emotionele reakties op persoonlijke ervaringen die zich kenmerken door lage electromagnetische vibraties van energie.

Omdat alle gedachten en gevoelens van de mens altijd ergens op gericht zijn, is de mens dan ook door die electromagnetische eigenschappen ten alle tijden onlosmakelijk met het onderwerp van zijn gedachten en gevoelens verbonden. Positieve bindingen leveren daarbij wetmatig altijd positieve resulaten op en negatieve bindingen zorgen uiteindelijk altijd voor negatieve resultaten. Binnen het Balinese Hinduisme uit zich dit met het concept van karma(-phala) - men oogst wat men zaait.

Een mens die zichzelf en zijn omgeving (de medemens en de natuur) respecteert en de aard van zijn wezen en zijn werkelijkheid (het onderling verbonden zijn door bewuste energie) beseft en onderkent, zal regelmatig tijd en aandacht zal besteden aan de essentie van zijn 'zijn', door middel van vormen van gebed, meditatie en een juiste manier van leven. Daardoor gaat zijn uit electromagnetische energie bestaande essentie automatisch met een hogere frequentie vibreren, en als gevolg daarvan bereikt hij een hogere staat van bewustzijn.

De essentie van de mens die een egocentrische levenswijze volgt, die zichzelf en zijn omgeving niet respecteert, zal als gevolg van die levenshouding dan ook met een lage electro-magnetische frequentie blijven vibreren.

Die electromagnetische energievibraties creëeren de omstandig-heden en faciliteiten van de persoonlijke werkelijkheid van een individu en dat zijn de meetbare effecten van elke consequente vorm van denken over het (eigen) leven. Positief geaarde mensen hebben in dit opzicht hun leven onder controle en hebben in het algemeen weinig te klagen. Ze zijn zich er meer of minder van bewust dat ze zelf de omstandigheden van hun leven kunnen bepalen. Negatief geaarde mensen daarentegen hebben hun leven minder onder controle, zullen meer klagen, en voelen zich in het algemeen slachtoffer van hun omstandigheden.

Spiritualiteit baseert zich verder op het feit dat alles een 'levenscyclus' heeft, of dat nu een eendagsvlieg, de mens, een zakelijke onderneming, of een gedachte is. Zo'n levenscyclus bestaat altijd uit eenzelfde aantal elkaar opvolgende fases, die elk gekenmerkt worden door een specifieke vorm (kwaliteit) van energie, hetgeen zich onder andere uit in bepaalde neigingen, impulsen, verleidingen, verlangens, enz. die in zo'n periode optreden. Elke levenscyclus is daarbij gebaseerd op octaven, reeksen van telkens acht fases waarbij de achtste fase zowel de afsluiting van de vorige als het begin van een nieuwe octaaf is.

In het Balinese Hinduisme worden de fases van die octaven der levenscycli gesymboliseerd door de Dewa Nawa Sanga, de goden van de acht windrichtingen. Elk van die goden (fases) is verbonden met een bepaalde vibratiefrequentie van energie, wat zich altijd uit in een bepaalde toon en een bepaalde kleur. (Energie manifesteert zich altijd in de vorm van geluid en gekleurd licht). Die kleuren zijn conform de kleuropbouw van de regenboog, en de tonen met die van een der octaven van de toonladder (C,D,E,F,G,A,B,C - do,re,mi,fa,sol,la,si,do).

Deze levenscycli worden in lontar Bhuanakosa als volgt beschreven: "De fysieke wereld is niet 'echt', ze is slechts een illusie. Ze is ontstaan door toedoen van Shiva in zijn hoedanigheid als Brahma, ze ontwikkelt zich door toedoen van Shiva in zijn hoedanigheid als Vishnu, en ze zal weer oplossen (terugkeren naar de bron waaruit ze is ontstaan) door toedoen van Shiva in zijn hoedanigheid als Iswara".

In het licht van die levenscycli moge de symboliek van de Dewa Nawa sanga, en die van de Tri Murti, de drie belangrijkste goden binnen het Balinese Hinduisme, Brahma-Shiva de schepper, Vishnu-Shiva de verzorger, en Iswara-Shiva de vernietiger, duidelijk zijn.

Het besef (kennis, wetenschap) dat elke manifestatie van bewuste energie een levenscyclus heeft, en de kosmische wetmatigheden die hieraan ten grondslag liggen, worden in het Balinese Hinduisme gesymboliseerd door de godin der 'wetenschap', Saraswati.

De collectieve, fysieke werkelijkheid van de mens en zijn omgeving (het totale universum) is derhalve ook aan een levenscyclus onderhevig. Het geval wil dat we ons in de laatste fase van de huidige levenscyclus van onze collectieve fysieke werkelijkheid bevinden. We bevinden ons dus in een overgangsfase en, of we het daar nu mee eens zijn of niet, of we dat nu willen of niet, we betreden onherroepelijk de eerste fase van een nieuwe levenscyclus die zich, net zoals het volgende octaaf van de toonladder, kenmerkt door een algemeen hogere vibratie van energie.

Per saldo houdt dit in dat alles met een hogere frequentie begint te vibreren en daarmee een hogere staat van bewustzijn zal bereiken (een proces dat overigens halverwege de jaren '80 van de vorige eeuw reeds een aanvang heeft genomen). Wat de individuele mens betreft, met zijn gave van redeneren en vrije wil, zal het met een hogere frequentie gaan vibreren van zijn persoonlijke energie essentie niet automatisch gebeuren. Zoals eerder al opgemerkt, dat noodzakelijke, hogere vibratie-niveau (hogere staat van bewustzijn) kan de mens, als individu, alleen bereiken door op een juiste manier in het fysieke leven te staan, waarbij hij zich bewust is van zijn essentie, die essentie onderkent, en daar navenant naar handelt tijdens zijn leven.

Egoisme, zelfverrijking ten koste van anderen en de natuur, het bewust zonder respect behandelen van anderen en de omgeving, enz., staan daar haaks op en als gevolg verhindert dat het bereiken van die hogere energievibratie (hogere staat van bewustzijn) die nodig is om in het nieuwe tijdperk, dat reeds aan het aanbreken is, te 'overleven'.

Je zou kunnen stellen dat zij die vast blijven houden aan een egocentrische levenswijze er impliciet voor kiezen om straks 'onzichtbaar' te zijn en als 'verloren zielen' voor eeuwig rond te dolen in een fysieke wereld waar 'het licht is uitgegaan'. De bewezen wetmatigheid van de kosmische energetische cycli is namelijk onherroepelijk. Zolang men niet overstag gaat, is men dus 'niet veilig', zoals Dewa Patih Agung in zijn verklaring stelde.

In het begin van deze eeuw werd de Pasar Agung Melanting tempel tot twee keer toe verwoest; in 2000 door een brand en in 2002 als gevolg van heftige regenval en overstromingen. De tempel werd dus door zowel vuur als water verwoest, elementen die respectievelijk aan Brahma en Vishu zijn gerelateerd. Symbolisch gezien kan gesteld worden dat zowel Brahma als Vishnu, twee van de drie belangrijkste goden binnen het Balinese Hinduisme, het symbool van Bali's economie een keer hebben verwoest. Een symbolische gebeurtenis die passend sluit op de spirituele boodschap die geuit wordt door de reis van de aap van Pulaki.

Alhoewel de spirituele boodschap nu wellicht duidelijk moge zijn, zal het voor velen de vraag zijn hoe dat nieuwe tijdperk, die nieuwe levenscyclus, er dan voor de mens uit zal zien.

In essentie bestaat de mens slechts uit bewuste energie en hij is dus niets anders als een bewustzijnsvorm. In de levenscyclus die nu bijna achter ons ligt, incarneerde die bewustzijnsvorm in drie-dimensionale vorm om de positieve en negatieve effecten van de fysieke manifestatie van zijn energie te ervaren. Zoals het er naar uit ziet, zal dat reincarnatie proces in drie-dimensionale vorm gaan eindigen om plaats te maken voor een ongelimiteerd bestaan in multi-dimensionale vorm. Alle negatieve vormen van bewustzijn, bewustzijnsvormen die zich kenmerken door lage energie-vibraties, zullen zich in de hogere energie vibraties van die nieuwe, multi-dimensionale levenscyclus niet meer kunnen manifesteren. Voor positieve vormen van bewustzijn worden de mogelijkheden om zich te uiten oneindig veel groter en het creeeren van eigen werkelijkheden wordt een stuk makkelijker dan dat in de derde dimensie, waarin we nu nog leven, het geval was. De beperkingen van tijd en afstand, typische kenmerken van de drie-dimensionele werkelijkheid, zijn afwezig in de multi-dimensionele werkelijkheid - net zoals dat altijd in onze fantasieen en dromen (die multi-dimensioneel zijn) het geval is geweest, waarbij heden, verleden en toekomst door elkaar lopen en afstanden in een flits kunnen worden overbrugd.

© 2003, Nescio.


to the top of this page
Naar het vorige verhaal
Naar het volgende verhaal
 
 
naar het vorige verhaal
naar het volgende verhaal

home
about
albums
specials
links
contact

 
© 1999-2008 Wonderful Bali, all rights reserved
logo picture Wonderful Bali - Barong and Rangda
last updated: October 2007