op bezoek bij een balian
Maandag 28 juli 2003. Het is laat in de namiddag van Tilem, de dag van de nieuwe maan. De zon is zojuist ondergegaan en het is al aan het schemeren als ik samen met Jero Rai bij het huis van balian Gelgel in Temukus arriveer. We parkeren er onze motor aan de kant van een smalle asfaltweg, langs een uit kleine, ronde rotsblokken opgetrokken muur die een steile, ongeveer zes meter lange opgang ondersteunt welke naar de veranda en ingang van balian Gelgel's huis leidt. Zodra we de veranda opstappen, komt de vrouw van balian Gelgel uit een aangrenzende kamer tevoorschijn. We worden hartelijk door haar begroet en ze nodigt ons uit om op een bank plaats te nemen die tegen de achtermuur van de veranda staat opgesteld. Haar man bevindt zich op dit moment nog in zijn 'kamar suci' (heilige kamer), waar hij een zieke aan het behandelen is. Dan verdwijnt ze voor een kort ogenblik door een deur links naast de bank die toegang geeft tot een keukenruimte welke zich achter de veranda bevindt. Even later keert ze weer terug met een dienblad in haar handen, waarop twee glazen koffie en een schotel droge kaakjes staan.
Jero Rai is een pemangku (leken-priester) uit Singaraja en tevens een leerling van Balian Gelgel. Ik heb Jero Rai vorige maand leren kennen, op de dag dat hij voor de eerste keer door de mysterieuze aap van Pulaki werd bezocht. Balian Gelgel heb ik twee weken geleden voor het eerst ontmoet. Hij kwam me toen samen met Jero Rai bij mij thuis in Kalibukbuk opzoeken omdat hij van hem over mijn betrokkenheid met deze bijzondere aap had gehoord. Tijdens dat bezoek nodigde hij me uit om vanavond, samen met Jero Rai, bij hem thuis in het dorp Temukus op bezoek te komen om daar nader kennis te maken.
Balian Gelgel is een zogenaamde 'balian kapican', een sjamaan die met behulp van magische voorwerpen mensen geneest. Het woord 'kapican' is afgeleid van 'pica', wat vrij vertaald 'magisch voorwerp' betekent. Pica (spreek uit: "paitsje") voorwerpen komen meestal door meditatie in het bezit van een balian, waarbij ze uit het niets materialiseren, of ze worden naar aanleiding van aanwijzingen in een droom op een bepaalde plek gevonden. Met dergelijke magisch geladen voorwerpen is een balian kapican in staat is om ziektes te genezen. En in balian Gelgel's geval betreft dat meestal ziektes die door zwarte magie zijn veroorzaakt. Je zou dus kunnen stellen dat hij een soort van exorcist is, iemand die 'het kwaad' uitbant - of beter gezegd, hij verdrijft casu quo neutraliseert negatieve energieën die ziektes veroorzaken en/of in stand houden.
Volgens het geloofssysteem van de Balinezen zijn zwarte magiërs in staat om (meestal met behulp van visualisatie, gedachtekracht en negatief geladen magische voorwerpen) een verstoring in de energiebalans van anderen te bewerkstelligen - net zoals witte magiërs in staat zijn om op die manier (maar dan met positief geladen magische voorwerpen) zo'n verstoorde balans weer te herstellen. Zulks gebeurt in beide gevallen vaak samen met het citeren van mantra's en gebeden, het branden van wierook en het aanbieden van offers, teneinde de medewerking (energie) van niet-fysieke entiteiten (zoals godinnen, goden, natuurgeesten en/of geesten van voorouders) te verkrijgen, hetgeen van belang is om het doel van de magie met succes te kunnen bewerkstelligen.
Terwijl we op balian Gelgel zitten te wachten, neem ik de omgeving wat in me op. Vanaf de bank waarop we zitten, heb je een schitterend uitzicht over het noordelijke kustgebied. In de verte, een goede kilometer verderop, ligt achter een schitterend groen gebied de Bali Zee. Hier en daar steken de kruinen van hoge palmbomen boven dat groengebied uit. Waar de zon zojuist achter de horizon is verdwenen, vertoont de lucht lagen van diep getint oranje en rood. In de al bijna donkere, maanloze hemel pinkelt hier en daar reeds een heldere ster. Rechts op de veranda bevindt zich een deur met links daarvan een klein raam dat van groengeverfde tralies is voorzien. In de ruimte achter die deur bevindt zich waarschijnlijk een TV, want ik zie achter het raampje een blauwachtig licht flakkeren. Boven de grijsstenen balustrade van de veranda hangen vijf of zes vogelkooien met in elk ervan een slanke, zilvergrijze vogel. Zo nu en dan begint een van die vogels melodieus te zingen, waar de anderen vervolgens inhakend op reageren. De heldere avondlucht is aangenaam koel, er staat nauwelijks enige wind van betekenis.
Na zo'n twintig minuten wachten, verschijnt een in 'adat' (traditioneel) geklede man in de deuropening van de TV kamer. Ik zie dat het hoofd van de man nat is, en op zijn voorhoofd en slapen kleven witte korrels rijst. Hij loopt de veranda op, gevolgd door balian Gelgel. Als de man ons ziet, groet hij ons met een bescheiden knikje van zijn hoofd en verdwijnt dan vervolgens direct naar beneden, naar de in duisternis gehulde weg onder aan het huis. Balian Gelgel blijft even aan de balustrade staan om hem uitgeleide te doen. Even later klinkt vanuit het donker het starten van een motor, en na een korte claxonstoot hoor ik de motor wegrijden. Balian Gelgel steekt met een 'pelan-pelan' (rij voorzichtig) zijn hand op en kijkt de man nog even na. Terwijl het geluid van de motor langzaam wegsterft, draait hij zich om en loopt naar de bank toe om ons te begroeten. Hij schudt even zijn hoofd, "adoh", en neemt dan met gestrekte benen onderuit op de bank plaats. Uit de zak van zijn witte jasje haalt hij een pakje Gudang Garam sigaretten tevoorschijn en steekt er eentje van op. Zijn kretek gloeit knetterend op als hij er, diep inhalerend, een trekje van neemt. Nadat hij de zoetig geurende, blauwgrijze rook weer met kracht tussen zijn lippen heeft uitgeblazen, nipt hij voorzichtig van zijn koffie die zijn vrouw zojuist voor hem op het tafeltje heeft neergezet.
 |
 |
Balian Gelgel |
Op naar de heilige kamer |
Het is kwart voor tien als balian Gelgel weer opstaat en ons uitnodigt om samen met hem naar de heilige kamer te gaan. We lopen achter hem aan, door de deur rechts op de veranda. Achter die deur ligt een L-vormige ruimte, waarin inderdaad een TV staat. De arm van Endemol reikt ver, zie ik. Op een versleten leren fauteuil zit een zoon van balian Gelgel naar de Indonesische versie van het programma "Weekend Miljonairs" te kijken. Achter in de ruimte bevindt zich, afgesloten door een versleten, groen gordijn, de heilige kamer van balian Gelgel. Het is een klein kamertje dat ongeveer drie bij twee meter vijftig meet. In de muur tegenover de deur zit een klein, vierkant raampje dat met een luik gesloten is. Tegen een andere muur, rechts bij binnenkomst, staat een eenvoudige, houten tafel waarover een rode lap stof ligt die voorzien is van goudkleurige motieven. De muur waartegen de tafel staat, is met een soortgelijke doek gelambriseerd. Boven de tafel hangt een geelgeschilderde houten bak die links door een wit parasolletje en rechts door een gele wordt geflankeerd.

Jero Rai in de heilige kamer van balian Gelgel
Op de tafel zie ik onder andere een koperen priesterbel, een zilveren beeldje en een 'daksina' offertje (een daksina is een van groene repen palmblad gemaakt rond en hoog bakje dat ongeveer twintig centimeter hoog is en twaalf in doorsnede). In de daksina zit onder andere een kale kokosnoot, een bruin kippenei, een 'canang' (een klein rond bakje waarin wat kleurige bloemblaadjes liggen), wat rijstkorrels, een stuk of wat kleine banaantjes en een mangosteen. Aan een van de hoeken aan de voorzijde van de bak hangt een lange kris. Aan een verhoging op een van de zijden hangt een 'rentai babi', een geelkoperkleurig metalen voorwerp dat in dit geval wat weg heeft van een a-symetrisch gevormde armband (volgens balian Gelgel heeft het metaal van zo'n rentai babi de eigenschap dat het elastisch wordt zodra het gedragen wordt. De drager kan het daardoor uitrekken en er een elk gewenste vorm aan geven. Rentai babi's zijn vrij zeldzaam, en ze geven de drager ervan een specifieke beschermende kracht). In de bak zelf staan of liggen wat flesjes en potjes, twee halfroestige blikken en nog wat andere voorwerpen. Aan de muur, precies in het midden boven de bak, hangt een magische tekening.
Balian Gelgel gebaart ons om plaats te nemen op een mat die tegenover de tafel langs de muur ligt, en ik ben benieuwd wat er nu gaat gebeuren.
krachttest met een kris
In kleermakerszit neem ik plaats op de mat, links van Jero Rai, en kijk toe wat balian Gelgel aan het doen is. Hij staat bij de tafel en haalt de kris van de gele bak. Daarna zoekt hij even tussen de spullen die in de bak liggen, en haalt er vervolgens een in gele en witte stof verpakt, langwerpig voorwerp uit dat met een koord van rode, witte en blauwe strengen is dichtgebonden. Uit een V-vormig pak dat op de tafel ligt, haalt hij een tenslotte nog een aantal wierookstaafjes. Dan draait hij zich om en komt naar ons toe.
"Als je het goed vindt, wil je nu gaan testen", richt balian Gelgel zich tot mij, "om uit te vinden hoeveel innerlijke kracht je bezit. Doorsta je de test met goed gevolg dan betekent dat, dat je voldoende innerlijke kracht bezit om later op de avond, als je dat wilt tenminste, op het tempelterrein dat achter mijn huis ligt te gaan mediteren".
Nu ik hem zo met die vervaarlijk scherpe kris voor me zie staan, schiet de gedachte door me heen dat hij wel eens zou kunnen gaan proberen om me met die kris te doorsteken, om zodoende uit te vinden of mijn innerlijke kracht voldoende is. Raak ik niet gewond, dan heb ik de test met goed gevolg doorstaan. Maar als ik die test straks nou eens niet goed doorsta.......
"Wat houdt die test precies in, balian Gelgel?", vraag ik met een wat onzekere stem
"Met behulp van deze twee krissen", legt balian Gelgel uit terwijl hij me de lange kris in zijn linker hand en het dichtgebonden pakje in zijn rechter hand toont, "kan ik uitvinden of je genoeg 'sakti' bezit, de innerlijke kracht die je voor zo'n meditatie sessie nodig hebt"
"En wat gebeurt er als ik die test niet doe?", vraag ik, hoopvol omhoogkijkend naar balian Gelgel, "zijn er geen andere manieren om uit te vinden hoeveel innerlijke kracht ik heb? En is het zonder zo'n test niet toegestaan om in de tempel te mediteren?"
"Zonder die test zou je ook best in de tempel kunnen mediteren, ja, maar als je dan onvoldoende innerlijke kracht blijkt te bezitten, dan kunnen er onverwachte dingen gebeuren", antwoordt balian Gelgel. Jero Rai, naast me, knikt bevestigend. "Jero Rai kan ervan meepraten", vervolgt balian Gelgel. "Toen hij er voor het eerst mediteerde, werd hij meteen geconfronteerd met de verschijning van een reusachtige tijger die hem bang maakte en hem van het tempelterrein verjoeg". Ik kijk even opzij naar Jero Rai, die me bevestigend en ernstig toeknikt. "Het is daarom beter om eerst die test te doen om er zo zeker van te zijn dat zoiets bij jou niet zal gebeuren. De keuze is aan jou".
"Oké, als u me maar vertelt wat ik moet doen", zeg ik met lichte tegenzin in mijn stem, "want ik heb geen enkele ervaring met dergelijke tests, of met meditatie waar innerlijke kracht voor nodig is".
"Maak je maar geen zorgen", zegt balian Gelgel, "de test is erg simpel. Je hoeft niets anders te doen dan rustig op de mat te blijven zitten. En wees maar niet bang, er zal je niets gebeuren. Ontspan je en haal rustig adem".

balian Gelgel met de kris
Balian Gelgel legt de wierookstaafjes en de lange kris even op de tafel om het koordje van het pakje los te maken. Daarna wikkelt hij het gele en het witte doekje open en neemt er een ongeveer twintig centimeter lange kris uit. De kris ziet er erg oud uit en heeft een bewerkt, golvend blad. Nadat hij de doekjes en het koord op de tafel heeft gelegd, houdt hij de kris even onder mijn neus.
"Mhh, dat ruikt heerlijk zoet", merk ik op.
Balian Gelgel knikt even, en zegt dat je altijd aan die typische zoete geur kunt herkennen of een machtsvoorwerp al dan niet magisch geladen is. Is die geur niet aanwezig, dan heb je met een 'gewoon' voorwerp te maken, zo beweert hij. Dan pakt hij de wierookstaafjes weer van de tafel en haalt een doosje lucifers uit de zak van zijn jasje. Vervolgens strijkt hij een lucifer aan en houdt het vlammetje onder de uiteinden van de staafjes, waardoor ze beginnen te ontbranden. Nadat hij een 'canang sari' offertje (een rond bakje gemaakt van repen palmblad, waarin wat kleurige bloemblaadjes en groene sprietjes liggen) voor me op de mat heeft gezet, legt hij er een van de wierookstaafjes horizontaal over heen. Dan pakt hij de lange kris weer van de tafel en komt voor me staan. Samen met de brandende wierook houdt hij de twee krissen nu met bladen gekruist tegen elkaar in zijn handen. Gedurende een paar minuten citeert hij met monotone stem een mantra. Dan blaast hij de rook van de wierook krachtig mijn kant op. De zoete geur van de wierook dringt prikkelend mijn neus binnen.
Dan plaatst hij de scherpe punt van de lange kris rechts op mijn borst, terwijl hij de korte kris samen met de wierookstaafjes in zijn andere hand omhoog houdt. Hij blaast de wierook nogmaals mijn kant op, en vraagt me dan om strak naar de korte kris te blijven kijken. Terwijl ik de punt van de kris op mijn borst voel prikken, kijk ik gespannen naar de korte kris die balian Gelgel samen met de wierookstaafjes in zijn rechterhand omhoog houdt. Plotseling vlammen de wierookstaafjes met een sissend geluid fel op, en ik zie hoe ze daarna binnen een tiental seconden volkomen opbranden.
Balian Gelgel glimlacht, en knikt dan tevreden. "De wierook is zoëven met oplaaiend vuur snel opgebrand, en daarmee is afdoende aangetoond dat je reeds voldoende innerlijke kracht bezit. Het betekent dat het vuur van Brahma al in je hart zit, en dat is juist de energie die je nodig hebt om op een magische plek te kunnen mediteren", legt balian Gelgel uit. "Ook kon ik zien dat je bedoelingen oprecht zijn. Je gedachten en je hart zijn zuiver, 'pikiran suci, hati murni', zoals we dat in Bali noemen. Je hebt de test met glans doorstaan", vervolgt hij, "en je bent er dus klaar voor om straks, tegen middernacht, op het tempelterrein achter mijn huis te gaan mediteren".
Dan reikt hij mij en Jero Rai een staafje wierook aan en volgt er nog een korte gebedssessie (waarvan het doel is om de voor vannacht geplande meditatiesessie goed te laten verlopen), waarbij een aantal keer een rood, een wit of een blauw bloemblaadje samen met het wierookstaafje boven het hoofd omhoog wordt gehouden. Daarna worden we met 'tirta' (wijwater) gezegend, waarbij balian Gelgel het wijwater, terwijl we onze handen met de palmen naar boven voor ons uitstrekt houden, eerst met een kleine, witte bloem over ons hoofd sprenkelt. Vervolgens plaatsen we onze rechterhand met de palm naar boven op de linkerhand en sprenkelt balian Gelgel met die bloem vier keer wat wijwater in het kommetje van onze rechterhand (de eerste drie keer drink je het op, de vierde keer maak je je gezicht ermee nat). Tenslotte laat hij ons uit een kleine, zilverkleurige schaal wat korrels rijst nemen, die we op ons voorhoofd, op beide slapen, achter de oorlellen en op het topje van het borstbeen (net onder de keel) drukken. Een paar korrels eten we op (voor 'good luck') en de rest slaan we met onze handen uit boven ons hoofd.
Dan gebaart balian Gelgel dat we weer op kunnen staan, het ritueel is hiermee beëindigd. We verlaten de heilige kamer en begeven ons terug naar de veranda. Een klok aan de muur van de TV ruimte geeft aan dat het even over half elf is. Zodra we weer op de bank zitten, zet de vrouw van balian Gelgel weer een glas verse koffie voor ons neer.
verschijningen op een donker tempel terrein
Het is half twaalf. Balian Gelgel heeft zich een kwartiertje geleden in zijn heilige kamer afgezonderd. Achter de gelige lichtkring die vanaf de veranda naar buiten straalt, heerst volkomen duisternis. Het valt me op hoe ongewoon stil het buiten is. Zowel de honden in de omgeving als de nachtvogels laten zich niet horen, er is zelfs geen geritsel van bladeren te horen. Het monotone getsjirp van wat krekels is het enige geluid dat vanuit het duister op de veranda doordringt.
Ik vraag Jero Rai of hij weet wat balian Gelgel in zijn heilige kamer aan het doen is. Hij antwoordt me dat hij nu aan het bidden en mediteren is om de goden en de bhuta-kala (de boze geesten die rond het tempel terrein aanwezig zijn) gunstig te stemmen. Volgens hem is dat nodig om de kans dat er tijdens mijn meditatie iets mis gaat, te verkleinen. Dan vraag ik hem of hij denkt dat die tijger misschien weer zal verschijnen. Jero Rai geeft niet direct antwoord en glimlacht wat bezorgd. Tenslotte zegt hij dat hij dat niet durft te zeggen. De test met de kris is zojuist goed verlopen en dat is een goed teken. Maar mocht het toch gebeuren, zo zegt hij, dan mag ik me in geen geval bewegen. En ik mag absoluut geen angst tonen, beklemt hij, want alleen in dat geval zal de tijger uit zichzelf weer verdwijnen, omdat hij dan weet dat ik voldoende innerlijke kracht heb om hem te weerstaan.
Om tien over half twaalf verschijnt balian Gelgel weer in de deuropening van de TV kamer. Hij loopt de veranda op met een daksina en twee canang sari offertjes in zijn handen. Halverwege de deur en de bank staat hij even stil en kijkt me aan. "Siap?", informeert hij of ik er klaar voor ben. Als ik knik dat ik er klaar voor ben, geeft hij me een witte 'sash', een lange, smalle lap van zijdeachtige stof die wat op een sjaal lijkt. Balian Gelgel gebaart me dat ik hem om mijn middel moet binden. Zodra ik hem om m'n middel heb gebonden, geeft hij met een lichte hoofdbeweging te kennen dat ik hem moet volgen. Jero Rai raakt even m'n arm aan en wenst me succes.
Via de schuine oprit lopen we de veranda af naar de in duisternis gehulde weg beneden aan zijn huis. Aangezien er hier geen straatverlichting is en het bovendien ook nog eens nieuwe maan is, is het is dan ook pikkedonker op de weg. Ik zie werkelijk geen hand voor ogen. Met kleine passen schuifel ik voorzichtig langs de muur onder aan het huis achter de vage, witte schim van balian Gelgel aan, die een paar meter voor me loopt. Rechts van het huis loopt een steile, smalle stenen trap omhoog naar het tempelterrein. Op die trap is het ook aardedonker. Ik verlies er een paar keer bijna mijn evenwicht als ik in het donker mijn voet niet goed op een trede zet. "Hati-hati" (voorzichtig), reageert balian Gelgel telkens als ik struikelend mijn evenwicht probeer te bewaren. Na zo'n vijfentwintig treden te hebben beklommen, hebben we de ingang van het tempel complex bereikt.

op het tempel terrein achter het huis
Via een klein ijzeren hekje lopen we een ommuurd hofje op dat zo'n vier bij vijf meter meet. In het duister, rechts voor me, zie ik de donkere contouren van een tweetal schrijnen. Links van me ligt nog een groter hof dat met een ijzeren hek is afgesloten. Balian Gelgel loopt op de rechtse van de twee schrijnen af. Als hij zich voor de schrijn bevindt, draait hij zich even naar me om en zegt dat deze schrijn gewijd is aan 'Batara Bagus Arak Api'. Dan haalt hij een bundeltje wierookstaafjes tevoorschijn en steekt ze met een lucifer aan. In de vermiljoene gloed die de staafjes verspreiden, zie ik dat hij voor een smalle, hoge schrijn met een laag, schuin puntdakje staat. Net onder dat dakje bevindt zich een kleine offerruimte. Balian Gelgel plaatst de daksina in de offerruimte en zet er een paar wierookstaafjes in. Ook legt hij een aantal wierookstaafjes horizontaal naast de daksina, en wel op zo'n manier dat de brandende uiteinden van de staafjes nog net een stukje buiten de offerruimte uitsteken.
Links van de schrijn van Batara Bagus Arak Api staat een kortere en bredere schrijn die een dakje van golvend metaal heeft. Terwijl balian Gelgel een van de canang sari offertjes in de offerruimte van deze schrijn plaatst, vertelt hij me dat deze schrijn aan 'Batara Ayu Mas Melanting' is gewijd. Dan legt hij nog drie wierookstaafjes schuin over de canang sari, met de brandende uiteinden naar buiten gericht. Beide schrijnen zijn tussen de offerruimte en de sokkel gehuld in doeken van witte en gele stof. Rechts naast de twee schrijnen, langs een grijze bakstenen muur, bevindt zich een lage, grillige rotsformatie. Een meter of vijf achter de muren zie ik de silhouetten van het struikgewas en wat bomen, die donker tegen de zwarte sterrenhemel afsteken.
Balian Gelgel gebaart dat ik tegenover de schrijn van Batara Bagus Arak Api moet gaan zitten. Als ik er in kleermakerszit voor zit, plaatst balian Gelgel het overgebleven canang sari offertje voor me op de grond, net voor de schrijn. Dan geeft hij me een wierookstaafje en zegt dat hij me zo direct alleen gaat laten. Hij zegt dat ik tot de goden moet bidden en dat ik hen daarna om een geschenk mag vragen, bijvoorbeeld een magische steen. Tot slot herhaalt hij wat Jero Rai zojuist tegen me gezegd heeft. Wat er ook gebeurt, wat ik ook zal zien of horen, ik mag niet bang zijn. Ik moet stil blijven zitten en mijn ogen open houden. En mocht er zich een verschijning voor doen waarbij ik een stem hoor die tot me spreekt, dan moet ik zonder angst te tonen terug praten. Dan draait hij zich om en laat me alleen op het donkere tempelterrein achter.
Zodra Balian Gelgel's voetstappen zijn weggestorven, valt de stilte als een onzichtbare huls om me heen. Ik kijk even om me heen. Ik ben door een ondoordringbare duisternis van zwarte schaduwen omgeven. Het is doodstil op en rond het tempel terrein, en nergens is ook maar enige beweging waar te nemen. Het enige dat zichtbaar is, zijn de vermiljoene puntjes van de wierookstaafjes die in de offerruimtes liggen, en dat van het staafje in mijn handen. De ontelbare sterren in de zwarte hemel boven me worden achter de tempelmuren hier en daar onderbroken door de donkere silhouetten van bomen.
Ik richt mijn blik schuin omhoog en staar naar de brandende wierook in de offerruimtes van de twee schrijnen. In stilte betuig ik de goden mijn eerbied en vraag hen om me, als het hen tenminste behaagt, iets te schenken wat volgens hen het meest geschikt voor me is. Ik ben met alles blij, hoe klein het ook is. Dan wacht ik vol spanning af wat er gaat gebeuren.
Minuten lang blijft het doodstil. Een enkele keer meen ik een zwak geritsel te horen en tuur dan links of rechts de duisternis in, zonder iets te ontwaren. Plotseling hoor ik, schuin achter me, een vaag en zacht gerinkel - alsof ver weg iemand een bel luidt, (ting-ting, ting-ting, ting-ting, ting-ting,...). Het geluid lijkt vanuit het inwendige van balian Gelgel's huis te komen. Het bellende geluid houdt een goede minuut aan, stopt dan, en laat daarna weer een doodse stilte achter.
M'n hart slaat van schrik een slag over als ik plotseling vanuit het duister voor me een luid gekraak van brekende takken hoor. Het klinkt alsof er achter de muur een reus met grote passen door het kreupelhout op me af komt. Ik rek me zo lang mogelijk uit en span mijn ogen tot het uiterste in, maar ik ontwaar niets wat dat geluid zou kunnen hebben veroorzaakt. Even plotseling als het begonnen was, verdwijnt het geluid weer. Kort daarna hoor ik het weer, een luid gekraak, maar nu op een plek die een stuk verder naar links ligt. Ik span mijn ogen in en tuur de duisternis in. Plotsklaps begint de grond onder te trillen. Vanuit het duister, ergens vanachter de muur schuin rechts van me, hoor ik een donderend en bonkend geluid op me afkomen. Het klinkt alsof er in het struikgewas een aantal reuzen met rotsblokken aan het gooien zijn.
Van het ene op het andere moment wordt het weer stil. Ik spits mijn oren en span mijn ogen tot het uiterste in, links en rechts de duisternis inturend, in afwachting of er nog meer zal gebeuren. Even later deins ik van schrik naar achteren als ik plotseling voor me, achter wat dikke bomen die een meter of tien achter de muur staan, een rode vuurgloed zie verschijnen. De gloed blijft een minuut lang gelijkmatig gloeien. Ik kan echter geen vuurkern ontdekken. Na verloop van tijd dooft de gloed langzaam en laat dan weer een diepe duisternis achter. Niet veel later licht plotseling, iets verder weg, een spetterende, witte vuurgloed op (zoals dat van sterretjes). Als die witte vuurgloed na verloop van tijd weer is verdwenen, blijft het gedurende een paar minuten volkomen donker. Dan zie ik hoe de rode gloed weer verschijnt, maar nu een heel stuk verderop links. De gloed zet het gebladerte van de bomen in een spookachtig licht. Ademloos sla ik het spektakel gade. Dit keer zie ik hoe de gloed met onregelmatige tussenpozen sterker en weer zwakker wordt. Dan dooft de gloed definitief en laat weer een diepe duisternis achter.
Plotseling hoor ik hoe iets op het dak van de schrijn valt. Dan een zacht schurend geluid als het van het dakje afglijdt, gevolgd door een plofje ergens vlak voor me op de grond.
Ik tast met mijn handen de grond voor me af. Na even zoeken vind ik, midden op de canang sari die voor me op de grond ligt, een klein voorwerp dat van buiten zachtruw aanvoelt maar van binnen hard en solide is. Het voelt zwaar aan zoals het op de palm van mijn hand ligt. Ik kan in het donker niet zien wat het is en ik heb ook geen flauw idee wat het zou kunnen zijn. Ik stop het voorlopig maar in het borstzakje van mijn shirt om het strakjes, als ik weer terug ben in het licht van de veranda, aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Een bijzonder geschenk van de goden
Ik blijf nog een tijdje voor de schrijn zitten maar er gebeurt niets meer. De staafjes wierook zijn inmiddels alle gedoofd en het is nu overal pikkedonker op het stille tempel terrein. Ik vraag me af wat ik zal doen. Wordt ik geacht hier nog te blijven zitten totdat balian Gelgel me weer komt ophalen, of ga ik uit mezelf terug naar het huis? Even blijf ik besluiteloos, maar na een minuut of vijf neem ik zelf het initiatief om de meditatiesessie te beëindigen; ik ben uiteraard reuze nieuwsgierig om uit te vinden wat er zojuist uit de lucht is komen vallen......
Ik sta op en merk vervolgens dat mijn benen door het lange zitten in kleermakerszit behoorlijk stram geworden zijn. Ik laat daarom eerst even de bloedcirculatie goed op gang komen alvorens ik, via de in het donker gehulde trap, weer afdaal naar het huis van balian Gelgel. Even later ben ik weer veilig teruggekeerd op de veranda. Balian Gelgel en Jero Rai zitten er een kretek te roken.
"En, hoe is het gegaan?", wordt ik door Jero Rai begroet. "Is er nog iets verschenen?" Met een verwachtingsvolle blik in de ogen kijkt hij me aan.
Ik ga op de bank zitten en vertel over het gekraak en het bizarre donderende rollende geluid dat ik hoorde, de zich verplaatsende, rode lichtgloed en het spetterende witte licht dat ik in het donker op het terrein achter de tempel waarnam, en tenslotte over het mysterieuze voorwerp dat plotseling vanuit het niets op het dak van de schrijn viel waarvoor ik zat.
Ik haal het voorwerp uit m'n borstzak te voorschijn en houd het omhoog in het licht van de lamp die boven de tafel hangt. Het is een klein, langwerpig pakje van ongeveer vijf centimeter lang; het lijkt wat op een verpakt snoepje, waarbij de verpakking aan beide uiteinden in elkaar is gedraaid. De witte verpakking is zacht maar voelt stug en enigszins ruw aan. Ik ruik er even aan en merk op dat het op eenzelfde zoetige manier geurt als de kris, eerder op de avond in de heilige kamer van balian Gelgel. Jero Rai reageert opgewonden. Balian Gelgel zegt dat we het beste naar de heilige kamer kunnen gaan om het daar verder te bekijken. We staan op en lopen gedrieën naar de heilige kamer.
Het verpakkingsmateriaal blijkt uit een wit blad te bestaan. Het kost behoorlijk wat moeite om het stugge, strak in elkaar gedraaide blad te openen. Als het uiteindelijk is gelukt, blijkt het een ongeveer drie centimeter lang, koperkleurig voorwerpje te bevatten. Het lijkt wat op een kruising tussen een kogel en een langwerpige druppel. Jero Rai slaakt een zachte kreet van ontzag als hij ziet wat het is, "Een besi kuning, hoe is het mogelijk!" |
|
|
'besi kuning' |
|
Vol ongeloof schudt hij zijn hoofd. "Hoe is het mogelijk", zegt hij opnieuw. Balian Gelgel houdt de besi kuning even omhoog tegen het licht van de lamp die aan het plafond hangt. Op wat lichte krasjes na is het koperkleurige voorwerp volkomen glad. Dan laat hij z'n hand weer zakken en toont me dat er in het topje van het smalste uiteinde van het voorwerp een minuscuul gaatje zit. Balian Gelgel beweert dat er in de besi kuning kleine naaldjes zitten die je er via dat gaatje uit kunt laten komen, mits een bepaald ritueel wordt gevolgd.
Ik neem de besi kuning weer van hem over en houdt het op mijn beurt even tegen het licht, om het wat beter te bekijken. Uit de verbaasde reaktie van Jero Rai begrijp ik dat de goden me iets heel bijzonders moeten hebben geschonken.
"Wat is een besi kuning eigenlijk, Balian Gelgel, en wat kun je er mee doen?", vraag ik.
"Een besi kuning laat zich letterlijk vertalen als 'geel metaal'", zegt Balian Gelgel. "Ze zijn voorwaar zeer bijzonder en erg zeldzaam. Ik ken mensen die al hun hele leven mediteren in de hoop om ooit zo'n besi kuning te mogen ontvangen. En ik ken nog meer mensen die er een kapitaal voor over zouden hebben om er een te bemachtigen. Je bent voorwaar bevoorrecht als je op de allereerste dag waarop je echt met mediteren begint, al een besi kuning toebedeeld krijgt".
Wat beduusd door zijn uitspraken over voorrecht en zeldzaamheid bekijk ik sprakeloos en vol ontzag de kleine besi kuning die op mijn geopende handpalm ligt. Hoe is het mogelijk dat mij zoiets is overkomen, en vooral, waarom?
Balian Gelgel staat op en loopt naar de bak aan de muur. Hij zoekt er even in en gaat dan weer zitten. Tussen z'n duim en wijsvinger houdt hij een andere besi kuning omhoog.
"Dit is mijn besi kuning", zegt balian Gelgel. "Hij ziet er nagenoeg eender uit als die van jou - met dat verschil dat deze hier bewerkt is met een motief waar die van jou geheel glad is. Die van mij is daarom 'kasar', en die van jouw 'halus'. Verder zijn ze precies hetzelfde."
"Als je een machtsgeschenk hebt gekregen dan is het de gewoonte om er op een geschikte dag eerst een ceremonie voor te houden om het tot leven te wekken (kasih Pasupati)", vervolgt balian Gelgel. "Over vijftien dagen is het Purnama, volle maan. Op die dag zal ik die speciale ceremonie hier in de heilige kamer voor je besi kuning uitvoeren". Dan neemt balian Gelgel mijn besi kuning en omwikkelt deze met twee lapjes van witte en gele stof en bindt het vervolgens dicht met een koordje van zwarte, rode en witte strengen.
"Voorlopig kun je je besi kuning mee naar huis nemen om hem zolang te bewaren in je 'plankiran' (een muurtempeltje in de voornaamste kamer van het huis)", zegt balian Gelgel terwijl hij me de besi kuning weer overhandigt. "Ik zie je dan over vijftien dagen samen met Jero Rai weer terug, hier in de heilige kamer. En dan zullen we tevens de besi kuning in meer detail bespreken".
een ceremonie met een bizarre test
Purnama, dinsdag 12 augustus. Het is zeven uur in de avond als ik samen met Jero Rai de heilige kamer van balian Gelgel betreedt om de ceremonie voor mijn besi kuning bij te wonen. Op de tafel staat een grote mand die gevuld is met allerlei offertjes, voornamelijk met verschillende soorten canangs en daksina's. Op aanwijzing van balian Gelgel nemen we weer plaats op de mat tegenover de tafel. In de twee weken die sinds mijn meditatie verstreken zijn, heb ik genoeg tijd gehad om over het gebeurde na te denken en ik zit dan ook vol met vragen.
"Wat is een besi kuning eigenlijk precies, balian Gelgel, en wat maakt het zo speciaal?", vraag ik als we met z'n drieeën op de mat op de grond zitten.
"Een besi kuning is een heel speciaal machtsvoorwerp, zoals ik je twee weken geleden reeds verteld heb", antwoordt balian Gelgel. "Het beschermt z'n bezitter in extreme omstandigheden. Daarnaast kun je tijdens het mediteren je besi kuning gebruiken om je in verbinding te stellen met een hoge 'gids' ", vervolgt balian Gelgel. "Die kwaliteiten, en het feit dat ze maar zeer zelden verschijnen, maakt een besi kuning zo speciaal. Na afloop van de ceremonie zullen we een test doen om de kracht van de besi kuning aan te tonen".

Dan vangt balian Gelgel aan met de ceremonie. Hij legt de besi kuning in een speciaal daarvoor bestemde daksina die omwikkeld is met witte en gele doeken. Er wordt wierook gebrand en gebeden. Zo nu en dan citeert balian Gelgel een mantra waarbij hij de besi kuning tussen de vingers van z'n beide handen omhoog houdt. Tussendoor wordt de besi kuning door balian Gelgel regelmatig met verschillende soorten wijwater besprenkelt. Tenslotte worden jero Rai en ik door hem met wijwater gezegend en is de ceremonie, die zo'n twintig minuten heeft geduurd, voorbij.
"Nu zullen we je besi kuning aan een test gaan onderwerpen", zegt balian Gelgel zodra hij weer bij ons is komen zitten op de mat. "De ceremonie die in zojuist heb uitgevoerd is een speciale ceremonie die 'kasih Pasupati' wordt genoemd. Door die ceremonie is de besi kuning 'tot leven gewekt' en hij is nu klaar 'voor gebruik'. Dan staat hij op en loopt naar de tafel. Hij pakt een glas, vult dit half met wijwater en stopt dan de besi kuning in het glas. Vervolgens haalt hij een lange kris met een golvend blad van de bak. Met het glas in zijn ene hand en de kris in zijn andere komt hij weer voor ons staan.

balian Gelgel test de besi kuning
"Met deze speciale kris kan ik controleren of de besi kuning inderdaad tot leven is gewekt", zegt balian Gelgel. "De besi kuning bevindt zich in dit glas met wijwater, zoals je ziet". Balian Gelgel toont me het glas. "Ik ga de punt van deze kris zo dadelijk op de besi kuning zetten", vervolgt hij. "Als de besi kuning met een rode gloed opgloeit, betekent dat dat hij leeft". Jero Rai en ik kijken toe hoe balian Gelgel voorzichtig de punt van de kris in het glas laat zakken. Zodra de punt contact maakt met de besi kuning, zien we hoe deze plotseling met een rode gloed opgloeit. Balian Gelgel knikt tevreden en haalt de besi kuning vervolgens uit het glas. Hij loopt weer terug naar de tafel en hangt de kris weer aan de bak. Dan bukt hij zich en haalt een ongeveer 40 cm lang mes uit een doos die onder de tafel staat. Met het mes in zijn handen loopt hij weer naar ons terug.
"Zoals ik al zei, een besi kuning beschermt z'n eigenaar onder extreme omstandigheden", zegt balian Gelgel. Hij overhandigt me het mes en vraagt me te voelen hoe scherp het is. Voorzichtig voel ik met een vinger aan het scherpe lemmet en het blijkt vlijmscherp te zijn. Balian Gelgel klemt de besi kuning in de vuist van zijn rechrehand en nodigt me uit te proberen om hem met het mes te steken. Dat plotselinge verzoek overvalt me behoorlijk. Zoekend naar woorden kijk ik van balian Gelgel naar Jero Rai. Ik voel er helemaal niets voor om aan dat verzoek te voldoen, wat balian Gelgel ook over bescherming in extreme omstandigheden beweert.
Balian Gelgel glimlacht als hij mijn aarzeling bemerkt en vraagt dan aan Jero Rai om het mes over te nemen om in mijn plaats de test uit te voeren. Hij knoopt z'n jasje los en ontbloot gedeeltelijk zijn bovenlijf. Met het mes in z'n hand staat Jero Rai op en steekt een aantal keer krachtig met het mes in op balian Gelgel. Vol verbazing constateer ik hoe zijn huid weliswaar onder de scherpe punt van het mes meegeeft, maar echter zonder hem te verwonden.
"Wil je het ook niet eens proberen?", vraagt balian Gelgel. "Zoals je hebt kunnen zien, beschermt een besi kuning echt onder extreme omstandigheden, zoals tegen aanvallen met een mes."
Nu ik met eigen ogen heb gezien dat balian Gelgel de aanval met het mes ongeschonden heeft doorstaan, heb ik gelijk meer moed gekregen. Ik heb er absoluut geen verklaring voor maar ik kan er niet omheen wat ik zojuist als ooggetuige heb gezien. Het mes was echt en het was vlijmscherp. Impulsief neem ik het besluit om zelf die test ook eenmaal te ondergaan.
Ik sta op en balian Gelgel overhandigt me de besi kuning. Hij draagt me op om deze met gestrekte arm stevig in mijn gesloten rechtervuist te houden, waarbij ik me moet concentreren op het gevoel van het koele metaal op de palm van mijn hand. Met horizontaal gestrekte arm sta ik voor balian Gelgel. Hij neemt het mes over van Jero Rai en zonder waarschuwing haalt hij ineens uit en hakt met het mes in op mijn arm. Als het mes m'n arm raakt, voel ik de druk ervan op de huid van mijn arm, zonder dat het me echter verwondt. Dan pakt balian Gelgel mijn pols stevig vast en met enkele krachtige, zagende bewegingen haalt hij het mes over mijn onderarm. Opnieuw voel ik slechts de druk van het mes op mijn huid, en ook dit keer veroorzaakt het geen verwondingen. Slechts wat lichte, rode striemen op mijn onderarm die door de druk van het snijdende mes zijn veroorzaakt, zijn de stille getuigen van deze wel zeer bizarre test.
Als we even later weer op de mat zitten, vertelt balian Gelgel me dat ik de besi kuning regelmatig met een speciaal soort geurige olie moet behandelen. Ik dien dat telkens twee keer per maand met een kleine ceremonie te doen, tijdens Purnama en tijdens Tilem, en met speciale dagen zoals Tumpek Landep. Behalve die behandeling met speciale olie dien ik een canang sari te offeren en wierook te branden. Die ceremonies zijn volgens balian Gelgel nodig om de kracht van de besi kuning in stand te houden. Ook vertelt hij me dat de krachtige bescherming van de besi kuning slechts werkt indien je hem in je gesloten vuist houdt. Hij geeft me de raad om de besi kuning, als ik hem niet gebruik, op een gewijde plaats te bewaren, zoals in de huistempel of in de plankiran.
Als ik rond middernacht weer terug ben in mijn huis in Kalibukbuk, leg ik de besi kuning op advies van balian Gelgel direct in de plankiran. Onder het genot van een kop koffie laat ik de ongewone gebeurtenissen van vanavond nog eens de revue passeren. Ik kan er nog steeds over uit hoe is het mogelijk dat ik in het bezit van een besi kuning ben gekomen en vooral de vraag waarom houdt me bezig.
Hoe dan ook, ik besluit dat één test meer dan genoeg is geweest. Ik neem me voor om die waardevolle besi kuning op een veilige plek te bewaren en hem alleen slechts af en toe tijdens meditatie te gebruiken om te proberen om met die 'gids' in contact te komen, waar balian Gelgel het over had.